Belgische wetgeving en feiten mbt wapenhandel

Belgische wetgeving en feiten mbt wapenhandel

Militair met Belgisch FAL geweer in de favela van Rio de Janeiro, Brazilië

Een overzicht van de heersende wetgeving mbt wapenhandel in België en enkel feiten op een rijtje gezet.

Wetgeving

In België zijn er twee wetten die de handel in wapens regelen: de wet van 3 januari 1933 en (vooral) de wet op de wapenhandel van 5 augustus 1991.

De wet van 1933 regelt vooral het wapenbezit en de wapenverkoop. Ze bevat echter ook een regeling betreffende 'verboden wapens'. Zo worden elektroshockwapens krachtens de gebruikelijke interpretatie en ten gevolge van een instructie van de minister van Justitie beschouwd als 'verdoken aanvalswapens', één van de categorieën verboden wapens die in de wet voorzien zijn. Ook anti-persoonsmijnen worden ten gevolge van een wijziging van de wapenwet in 1991 als verboden wapens beschouwd.

De wet van 5 augustus 1991 regelt de invoer, doorvoer en uitvoer van militair materieel en de daarmee verbonden technologie. Uitvoer van wapens wordt onderworpen aan verschillende criteria. Dit zijn ondermeer de externe belangen of internationale doelen van België, het gegeven of er in het land van bestemming interne spanningen zijn die kunnen leiden tot een gewapend conflict, of er een burgeroorlog heerst, een regering is die terrorisme of drugstrafiek steunt, of de clausule van herexport wordt opgevolgd... Vooral van belang voor Amnesty is het feit dat de licentie ingetrokken wordt wanneer ze zou leiden tot  "een klaarblijkelijke schending van de rechten van de mens".

Transparantie

De Belgische wetgeving verplicht de overheid om jaarlijks verslag uit te brengen aan het parlement over de invoer, doorvoer en uitvoer van militair materieel en daarmee verbonden technologie, zoals aangegeven in de wet van 1991. In 1998 werd de geheimhouding van het verslag voor het eerst doorbroken; in 2000 werd het verslag dan voor de eerste keer via het internet beschikbaar gesteld voor publiek. Waar in 1998 en 1999 de verslagen enkel melding maakten van totaalbedragen per land, werd vanaf 2000 het aantal uitvoervergunningen en hun verdeling over zeven categorieën weergegeven. De informatie laat echter nog steeds niet toe precies te weten te komen hoeveel wapens van welke soort, aan welke eenheden en in welke landen geleverd werden, en op basis van welke overwegingen wat betreft de mensenrechten. Ook vandaag vraagt Amnesty meer transparantie, opdat een beter zicht op de in - en uitvoer van MSP - materieel mogelijk wordt.

Wapens die in het buitenland geproduceerd worden met Belgische licenties

De verspreiding van technologie kan leiden tot het in handen vallen van het materiaal van onbedoelde eindgebruikers, eindgebruikers die zorgvuldig vermeden moeten worden vanuit België. De laatste 40 jaar groeide het aantal landen en het aantal bedrijven die lichte wapens produceerden heel sterk: het aantal landen verdubbelde, het aantal bedrijven verzesvoudigde zelfs. Een beslissende factor in deze groei was de productie van wapens  onder licentie. 
Productie onder licentie is een type offset (economische compensatie), waarbij technologie wordt overgedragen naar het producerende bedrijf. Door dergelijke akkoorden af te sluiten willen de Belgische bedrijven vooral de productie en de ontwikkeling van de technologie op zich stimuleren, of men voert een charme-offensief om de publieke opinie te beïnvloeden. Buitenlandse partners in zo'n overeenkomst kunnen hun afhankelijkheid afbouwen door nieuwe technologieën binnen te rijven. Door de extra jobs die dergelijke overeenkomsten creëren, is de publieke opinie vaak heel vlug voor het idee gewonnen.

Overdracht van technologie heeft heel duidelijke voordelen, maar tegelijk werkt het ook contraproductief. Het bedrijf dat de technologie in licentie heeft, haalt er meestal geen economisch voordeel uit. Bovendien gaat de algemene veiligheid achteruit door de verspreiding van de capaciteit tot wapenproductie over de hele wereld. De export vanuit  landen waar wapens met gebruik van Belgische technologie gemaakt worden, valt immers niet meer onder controle van de Belgische wetgeving.

De bekendste zaak rond productie onder licentie is de munitiefabriek die FN Herstal mee hielp oprichten in Eldoret, Kenia. Zes jaar lang, tussen 1989 en 1996, bouwde men in het geheim de Kenya Ordonance Factories Corporation. Sinds 1996 kan de Eldoret Ordinance Bullet Factory elk jaar 20 miljoen kogels produceren. Officieel is de productie enkel bestemd voor de Keniaanse politie en legerdiensten. Een munitiefabriek opstarten in een land dat omringd wordt door landen in conflict, is een beleid dat onvoldoende gericht is op conflictpreventie. Kenia is ook allesbehalve een voorbeeldland qua mensenrechten. Geruchten over Eldoret kogels in Hutu kampen in Oost-Zaïre (het huidige DRC) zorgde ervoor dat dit project nog meer kritiek opwekte. Bovendien kwam FN Herstal kort na de investering van 59,5 miljoen euro in Eldoret aan de rand van een faillissement. De Europese Commissie redde het bedrijf toen met een lening van 62 miljoen euro.

FN Herstal zou ook licenties verkocht hebben in Afrika aan Nigeria (DICON) en Zuid-Afrika (ARMSCOR, DENEL), in Amerika aan Argentinië (Fábrica Militar de Armas Portatiles Domingo Matheu, Fábrica Militar Fray L. Bertran), Brazilië (ENGESA) en Venezuela (CAVIM), in Azië aan Indonesië (PT Pindad, PT Dirgantara Indonesia) en Singapore (Chartered Industries of Singapore) en in Europa aan Oostenrijk (Steyr Mannlicher AG & Co KG). Ook Browning heeft technologielicenties doorgespeeld aan Argentinië (Fábrica Militar de Armas Portatiles Domingo Matheu, Fábrica Militar Fray L. Bertran) en aan Brazilië (ENGESA). PRB (Poudrières Réunies de Belgique) verkocht technologie aan Zuid-Afrika (LIW, deel van DENEL) en aan Brazilië (ENGESA), terwijl ook Cockerill Sambre in Brazilië aan ENGESA een productielicentie verkocht. 

Terwijl het in België nog duister blijft rond een specifieke controle op de akkoorden voor productie onder licentie, zijn er in Duitsland, Finland, Zweden, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten wel al betere wetten opgesteld die een specifieke reglementering en controle eisen op deze praktijk. Amnesty International Vlaanderen, samen met het Vlaams Netwerk Lichte Wapens, ijvert dan ook voor een sterkere opvolging en controle op Belgische wapens die in het buitenland geproduceerd worden, opdat ze niet in de verkeerde handen zouden vallen. 

België en huurlingen

De Belgische huurlingenwet van 1979 stelt paal en perk aan het traditionele huurlingendom. Volgens deze wet is het binnen de Belgische staat verboden om personen aan te werven voor vreemde legers of troepen op het grondgebied van een vreemde staat. De wet verbiedt ook alle handelingen die dit kunnen uitlokken en vergemakkelijken. Ook buiten het Belgische grondgebied is het voor een Belgische onderdaan verboden andere Belgische onderdanen aan te werven. De indienstneming, evenals het vertrek of de doorreis van huurlingen, wordt van geval tot geval "door de koning onderzocht", die dit kan verbieden. Op heel wat terreinen wordt op die manier de doelstelling van Amnesty gerealiseerd: dat huurlingen niet mogen bijdragen aan mensenrechtenschendingen.

Toch kunnen er kritieken geformuleerd worden op de Belgische huurlingenwet. Zo bevat deze wet ten eerste geen sluitend extraterritorialiteitsbeginsel. Het is namelijk niet verboden voor een Belgisch onderdaan of een Belgisch bedrijf in een vreemde staat om onderdanen van een andere dan de Belgische nationaliteit aan te werven. Ten tweede richt deze wet zich enkel tot het rekruteren van "personeel", en zegt niets over adviesverlening of over training van troepen. Een derde punt is dat de wet slechts een zeer beperkte doelgroep viseert. Er is duidelijk geen gelijke tred gehouden met de veranderende context. De private militaire en bewakingsfirma's, de 'nieuwe huurlingen', zien zich op geen enkele manier gebonden door deze wet, daar deze zich enkel uitspreekt over het "zich voegen bij vreemde legers of troepen die zich op het grondgebied van een vreemde staat bevinden." 

Ook de "Wet op de bewakingsondernemingen, beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten (10 april 1990)" vult de laatstgenoemde leemte niet op. De wet geldt immers enkel binnen België, en regelt niet de diensten die over de grenzen heen worden verleend. Verder wordt er niet gestreefd naar transparantie, er wordt geen enkele beperking gelegd op de keuze van het cliënteel, de transfers gaan niet via de overheid waardoor de zendende staat haar verantwoordelijkheid niet opneemt, en er worden ook geen inhoudelijke normen opgelegd  betreffende de aard van de activiteiten.

Illegale wapenhandel

In 1997 werd het Interdepartementaal Coördinatiecomité voor de bestrijding van illegale wapentransfers (ICIW) opgericht. Volgens onze overheid hebben, dankzij het ICIW, "de diensten die betrokken zijn bij de wapenhandel meer inzicht gekregen in elkaars activiteiten en problemen in het kader van de strijd tegen de illegale wapenhandel. Ook zorgden de intensievere persoonlijke contacten voor een betere coördinatie en overleg in een aantal concrete dossiers van wapentrafieken." Gezien de bijdrage van het ICIW in de strijd tegen illegale wapentrafieken wilde men dit informeel overlegorgaan een meer formeel en permanent karakter geven. Een Koninklijk Besluit werd daartoe op 9 februari 1999 ondertekend. Het ICIW buigt zich voornamelijk over de aspecten van de binnenlandse wapenhandel en over wapenbezit. In dit opzicht zijn de Ministeries van Justitie, van Binnenlandse Zaken en van Financiën als eerste betrokken bij de werkzaamheden van het Comite.