Afbraak Palestijnse huizen moet onmiddellijk stoppen

Afbraak Palestijnse huizen moet onmiddellijk stoppen

Rida Nimr bij de overblijfselen van haar woning

Duizenden Palestijnen riskeren elke dag dakloos te worden omdat Israël hun huis zonder meer kan komen platwalsen. Amnesty International roept Israël op om de vernielingen onmiddellijk te stoppen.

Een nieuwe briefing van Amnesty International, As safe as houses? Israel’s demolition of Palestinian homes, toont de omvang waarmee Israël woningen en andere gebouwen in de Palestijnse Bezette Gebieden vernielt. Israël beweert dat de woningen illegaal gebouwd zijn.

Volgens de VN werden in 2009 bijna driehonderd Palestijnse huizen vernield door Israël. Meer dan zeshonderd Palestijnen, waarvan de helft kinderen, werden hierdoor dakloos.

“De meerderheid van de Palestijnen krijgen geen bouwvergunning van de Israëlische autoriteiten. Zelfs niet na dure en lang aanslepende juridische procedures. Daardoor zien ze zichzelf genoodzaakt om zonder toelating te bouwen, wetende dat Israëlische bulldozers elk moment kunnen opdagen om hun huis met de grond gelijk te maken”, zegt Karen Moeskops, directeur van Amnesty International Vlaanderen.

“Palestijnen die onder de Israëlische bezetting leven, worden zodanig beperkt in hun vrijheid om te bouwen, dat hun recht op adequate huisvesting geschonden wordt. Het Israëlische beleid duwt hen in een onmogelijke situatie. Welke keuze ze ook maken, dakloosheid is hun lot.”

De meeste afbraken gebeuren zonder verwittiging, waardoor de bewoners geen kans krijgen om hun bezittingen te redden of om ergens anders een onderkomen te vinden. Naar schatting zijn er nog ongeveer 4.800 huizen die elk moment gesloopt kunnen worden.

De Israëlische wetgeving voorziet geen alternatieve behuizing of enige vorm van compensatie voor ontzette Palestijnse families. Dit betekent dat velen op straat zouden terechtkomen als ze geen hulp van familie of hulporganisaties zouden krijgen.

Naast huizen viseert de Israëlische autoriteiten ook scholen, ziekenhuizen, wegen, waterreservoirs, elektriciteitsmasten, schuren en veestallen.

Inwoners van het dorpje Khirbet Tana op de Westelijke Jordaanoever hebben hun huizen twee keer moeten heropbouwen in vijf jaar tijd. In 2005 vernielden de Israëli’s er niet alleen het dorpsschooltje, maar ook een aantal huizen, stallingen en waterreservoirs.

De dorpsbewoners herbouwden hun huizen, maar op 10 januari 2010 kwamen de Israëlische bulldozers terug. Ze vernielden er de huizen van honderd Palestijnen, met als resultaat dat 34 kinderen op de straat belandden. Ook het schooltje moest er voor de tweede keer aan geloven. Daarnaast vernielden ze twaalf stallen voor schapen en geiten, die hun grootste bron van inkomst vormen.

Raeda Nasasreh, een 24-jarige moeder van twee kinderen, vertelde aan Amnesty dat de legervoertuigen om zes uur ’s morgens aankwamen. “Mensen zagen hen aankomen in de vallei en begonnen hun bezittingen naar buiten te slepen. We hadden geen tijd om te schapen te melken. Alles werd vernield. Rond half tien hadden ze al gedaan.”

In oktober 2009 hebben Israëlische troepen het huis van Rida Nimr en haar man Nimr Ali Nimr vernield. Drie generaties, waaronder vijf kinderen, werden in een oogwenk dakloos gemaakt.
“Een dertigtal agenten en speciale eenheden, vergezeld van drie bulldozers van privébedrijven, kwamen aan toen de kinderen nog lagen te slapen. Vliegensvlug hebben ze toen de omgeving omsingeld en afgesloten”, vertelt Rida. “De troepen haalden slechts enkele meubels uit het huis, alvorens hun sloop te beginnen. Wij kregen zelf niet de toelating om andere spullen mee te nemen. Na een smeekbede mochten we wel nog de laptop van onze dochter gaan halen omdat ze die nodig heeft voor haar studies.”

Amnesty International vraagt Israël om het slopen in de Palestijnse Bezette Gebieden onmiddellijk stop te zetten, ook in Oost-Jeruzalem. De verantwoordelijkheid voor bouwvergunningen en stedenbouw moeten ze overhevelen naar de lokale Palestijnse autoriteiten.
Amnesty International vraagt ook dat Israël stopt met het bouwen en uitbreiden van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Op termijn moeten alle Israëlische nederzettingen volledig ontruimd worden.

“Het Israëlische afbraakbeleid vernietigt niet alleen huizen, het vernietigt ook alle hoop op een veilige en betere toekomst”, besluit Karen Moeskops.

Achtergrond
Het recht op adequate huisvesting is een essentieel onderdeel van het recht op een degelijke levensstandaard. Een fatsoenlijke behuizing vormt de basis voor de realisatie van andere rechten zoals het recht op gezinsleven, werk en onderwijs.

Israël ratificeerde het VN-Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (ICESCR) dat het recht op adequate huisvesting uitdrukkelijk garandeert, zonder discriminatie.

Als bezettingsmacht zijn de acties van Israël ook gebonden aan de Vierde Conventie van Genève. Artikel 53 verbiedt Israël om eigendommen te vernielen als dat militair niet noodzakelijk is. De VN-Veiligheidsraad en het Internationaal Gerechtshof stellen allebei dat de Vierde Conventie van Genève van toepassing is op de Palestijnse Bezette Gebieden.