Amnesty International roept Hamas-bestuur op de aanvallen op mensenrechtenactivist te onderzoeken
Amnesty International roept het Hamas-bestuur in de Gaza-strook op de verantwoordelijkheid te nemen om onafhankelijkheid en onpartijdigheid te garanderen bij het onderzoek dat gelanceerd werd naar de veelvuldige aanvallen op een mensenrechtenactivist.
Mahmoud Abu Rahma
Mahmoud Abu Rahma, van het Al Mezan Centrum voor Mensenrechten, had een kritisch artikel geschreven over Hamas en gewapende groepen. Met een mes werd hij op 17 januari meermaals in de rug, schouders en benen gestoken door gemaskerde mannen, net buiten zijn huis in het zuiden van Gaza-City. Dit meldde het Al Mezan Centrum. Tien dagen eerder werd hij ook al aangevallen.
"Deze pogingen om iemand die de mensenrechten verdedigt het zwijgen op te leggen, zijn een aanval op de vrijheid van meningsuiting, en geven een huiveringwekkend signaal aan activisten", zei Ann Harrison, afgevaardigd Directeur voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika van Amnesty International. "De autoriteiten in de Gaza-strook moeten de veiligheid van Mahmoud Abu Rahma verzekeren en de daders moeten berecht worden."
Mahmoud Abu Rahma publiceerde eerder deze maand een artikel waarin hij opriep tot gerechtigheid voor mensen die willekeurig gevangengezet en gemarteld werden door Hamas-functionarissen. Hij vroeg de autoriteiten om de schendingen door Palestijnse groepen te onderzoeken. Daarnaast verwees hij naar het feit dat er geen verantwoording is afgelegd voor het doden en verwonden van inwoners van Gaza tengevolge van de aanvallen van Palestijnse gewapende groepen tegen Israël.
Aan Amnesty International vertelde hij: "De mannen die me neergestoken hebben, noemden mij een verrader en een ketter. Maar ondanks de beschuldigingen en de aanvallen ben ik vastbesloten mijn werk als verdediger van mensenrechten in Palestina verder te zetten."
geweld tegen sjiitische gemeenschap
Een ander incident deed zich voor op 15 januari. Leden van een kleine sjiitische gemeenschap in Beit Lahia (in het noorden van de Gaza-strook) vertelden dat veiligheidstroepen met geweld binnenvielen bij een religieuze ceremonie. Ze arresteerden 20 mannen die in het politiestation geslagen werden. Meerdere mannen hadden gebroken ribben, een van hen hield er twee gebroken armen aan over. Later werden ze naar twee lokale ziekenhuizen gebracht, waar veiligheidsagenten hen nog meer slagen toedienden.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken verklaarde dat het incident een aanval was op een bij wet verboden groep en beweerde stellig dat er geen sjiitische moslims in de Palestijnse gebieden vertoeven. Daarnaast meldde het ministerie dat het de beschuldigingen van mensenrechtenschendingen tijdens de aanval zal onderzoeken.
Ann Harrison over dit voorval: "Het Hamas bestuur moet vrijheid van godsdienst en geloof beschermen voor alle minderheden in Gaza, en erop toezien dat de verantwoordelijken voor deze aanval op vreedzame gelovigen ter verantwoording geroepen worden".




