Case: Saed Yassin
Saed Yassin is een Palestijnse mensenrechtenactivist. Hij is directeur van Ansar al-Sajeen in Nablus, een organisatie die steun geeft aan Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen. Hij wordt vandaag administratief vastgehouden, zonder aanklacht en met een strikt beperkt recht op familiebezoek, in de Palestijnse Jneid-gevangenis in Nablus.
Yassin werd op 6 maart 2006 gevangen genomen door het Israëlische leger. Na een ondervraging werd hij veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf omdat hij op een illegale wijze fondsen zou hebben beheerd. De beschuldiging hield verband met zijn werk voor Ansar al-Sajeen. Deze 'Prisoners Friends Association' werd tijdens de Intifada opgericht door Palestijnse burgers van Israël. Ansar was een geregistreerde Israëlische NGO met hoofdkantoor in Majd al-Krum in het noorden van Israël en kantoren in Nablus, Ramallah en Hebron in de Westelijke Jordaanoever. De organisatie verleende financiële en juridische bijstand aan Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen en stelde onderzoekers, advocaten en administratieve medewerkers te werk. De advocaten bezochten de gedetineerden en vertegenwoordigden hen in de rechtbank. De organisatie ondersteunde ook de gezinnen van de gevangenen indien zij in financiële nood verkeerden.
Op 8 september 2006 vielen de Israëlische politie en de veiligheidsdienst Shin Bet de kantoren van Ansar binnen. Naast honderden juridische dossiers, telefoons en computers namen zij ook NIS 14.000 (ongeveer 2.555 euro) in beslag die bestemd was voor de gevangenen en hun families. De kantoren in Majd al-Krum en alle kantoren in de Westelijke Jordaanoever werden gesloten. Het Israëlische ministerie van Defensie verklaarde Ansar een illegale organisatie. Yassin was de directeur van het kantoor van Ansar in Nablus. Yassin zat zijn straf uit en zou normaal op 15 oktober 2006 zijn vrijgekomen. Voor die datum vaardigde het Israëlische leger echter een administratief aanhoudingsbevel uit tegen hem.
Twee jaar later ontving een Finse Amnesty-groep, die al jarenlang brieven schreef voor Yassin, een treurige brief van zijn vrouw Um Omar. In haar brief zei ze: “Hartelijk bedankt voor jullie brieven. Ik moet zeggen dat ik diep treurig ben. Mijn man wordt nu al 2 jaar administratief vastgehouden zonder proces. Ik kon hem al die tijd maar twee keer zien en nu krijg ik helemaal geen toestemming meer. Ik hoop dat jullie inspanningen beloond zullen worden.”
Ook Yassin zelf toonde zijn dankbaarheid aan Amnesty International: “Aan het personeel, de vrijwilligers en de supporters van Amnesty International: ik schrijf jullie vanuit de gevangenis, van achter muren en prikkeldraden. Vrijheid en waardigheid zijn een mens het meest genegen. Ik leef al 43 maanden gescheiden van mijn geduldige vrouw, van onze 8-jarige zoon Omar en onze dochter Shiza, die 2 jaar was toen ik haar het laatst zag. Zij kan mij zich niet meer herinneren. Mijn vader stierf terwijl ik in de gevangenis zat. Mijn familie en ik betalen een hoge prijs, maar jullie solidariteit maakt het draaglijker omdat ik weet dat mijn roep gehoord wordt in Europa en Amerika. Daarom wil ik elk van jullie individueel bedanken. Jullie brieven en foto’s gaven me hoop om verder te leven. Ik hoop dat we elkaar op een dag kunnen ontmoeten zodat ik de ziel kan zien die continenten en hindernissen kan overwinnen om een gevangene te verdedigen. Ik stel vast dat je een prijs moet betalen als je de mensenrechten verdedigt en mijn tijd was gekomen om die prijs te betalen.”
De administratieve aanhouding van Saed Yassin werd acht keer verlengd tot zijn uiteindelijke vrijlating op 22 oktober 2009. Nadat hij zijn gevangenisstraf van 8 maanden had uitgezeten, zat hij dus nog drie jaar lang vast zonder enige vorm van proces of officiële aanklacht. Al die tijd werd hij vastgehouden in de Ketziot-gevangenis in Israël die bekend staat om zijn harde levensomstandigheden. Al die tijd schreven Amnesty-vrijwilligers van over de hele wereld brieven voor hem.
Op 19 november 2009 werd Saed Yassin opnieuw gearresteerd, deze keer door de Palestijnse veiligheidsdiensten op de Westelijke Jordaanoever. Hij werd acht dagen vastgehouden zonder enige aanklacht en zonder juridische bijstand. Hij werd slechts 15 minuten ondervraagd door Palestijnse inlichtingendiensten zonder specifiek bevraagd te worden over zijn activiteiten. Yassin werd kort vrijgelaten, maar kreeg het bevel om zich op 1 december weer aan te bieden bij de Jneid-gevangenis in Nablus op de Westelijke Jordaanoever.
Yassin verkeert in een slechte gezondheidstoestand en leidt aan acute maag- en buikpijn. Hij deed een ernstige darmkwaal op tijdens zijn eerdere detentie in de Israëlische gevangenis. De Palestijnse weigerde hem echter de gespecialiseerde medische zorg die hij nodig heeft.
Op 14 januari 2010 oordeelde het Palestijnse Hooggerechtshof dat Saed Yassin moest worden vrijgelaten. Deze beslissing werd nooit uitgevoerd. De militaire aanklagers bleven Yassin vasthouden omdat hij een ‘coup tegen het legitieme regime’ zou hebben gesteund. Deze aanklacht lijkt verband te houden met zijn werk voor Ansar al-Sajeen. Gevangenen van alle politieke facties kunnen op de ondersteuning van de organisatie rekenen, ook gevangenen die banden hebben met Hamas. Dat lijkt een doorn in het oog van de Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever. Amnesty vreest daarom dat de detentie van Yassin kadert in een politiek manoeuvre om critici de mond te snoeren en gevangen te zetten. In dat geval is Yassin een gewetensgevangene.
Op 28 februari 2010 verscheen Saed Yassin voor de militaire rechtbank in Nablus. Yassin werd die dag vrijgelaten. Saed Yassin vertelde Amnesty International op 1 maart 2010: "Nu kan ik eindelijk de nodige medische hulp gaan zoeken. Ik ga morgen direct naar de dokter en hopelijk is de diagnose gunstig. Ik heb het leven gemist, ik heb mijn kinderen gemist en mijn vrouw die zo bezorgd was. Ik wil gewoon een normaal leven leiden. Mijn kinderen hebben zo afgezien! Telkens als ze me bezochten in de gevangenis waren ze zo bang dat ze niet durfden te spreken. Nu wil ik meer tijd met hen doorbrengen en hen helpen hun angst te overwinnen. Ik heb geluk dat ik terug thuis ben, maar anderen zitten voor veel langere periodes vast, zelfs zonder proces.”
Yassin’s geluk was echter van korte duur. Op 3 april 2010 werd hij opnieuw gearresteerd door Palestijnse veiligheidsagenten in zijn huis, laat op de avond en zonder aanhoudingsbevel. Op 6 mei werd hij zonder aanklacht vrijgelaten uit de Jneid gevangenis in Nablus. De veiligheidsdiensten hebben echter zijn identiteitskaart in beslag genomen en Yassin moet zich nu elke dag komen melden bij de gevangenis. Daar moet hij elke dag 3 uur wachten, totdat de gevangenisbewakers hem opnieuw zonder zijn identiteitskaart wegsturen. Zijn advocaat heeft de militaire aanklager herhaaldelijk gevraagd waarvan zijn cliënt beschuldigd wordt. Hij kreeg nooit een antwoord. Amnesty eist dat Yassin met rust gelaten wordt en dat de verantwoordelijken voor zijn onrechtmatige detentie onmiddellijk ter verantwoording worden geroepen.




