Case: Salah al-Arouri
De Palestijn Salah al-'Arouri zou één van de oprichters zijn van de gewapende vleugel van Hamas. Na 18 jaar gevangenis, waarvan het grootste deel in administratieve detentie, werd hij het land uitgezet.
Salah Al Arouri zat 18 jaar in Israëlische gevangenissen opgesloten, grotendeels in administratieve detentie. Hij werd gearresteerd in 1991 en kreeg een vijf jaar lange gevangenisstraf opgelegd. Juist voordat hij zou vrijkomen, betekende het Israëlische leger hem een administratief detentiebevel dat drie jaar geldig bleef. Daarna werd hij opnieuw veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. Opnieuw, juist voordat hij zou vrijkomen, betekende het Israëlische leger hem een administratief detentiebevel dat gedurende vier jaar telkens opnieuw hernieuwd werd. Gedurende al die tijd kreeg zijn familie geen enkele keer de toestemming hem te bezoeken.
Toen hij in maart 2007 uiteindelijk werd vrijgelaten, trouwde hij met zijn vrouw Hana, een lerares. Ze hadden 15 jaar gewacht op die kans. Drie maanden later, op 22 juni 2007, werd Al Arouri echter opnieuw gearresteerd door het Israëlische leger en opgesloten in de Nafha-gevangenis in zuid-Israël. De militaire bevelhebber betekende hem een administratief detentiebevel dat zou aflopen in december 2007, maar het werd verlengd voor nog eens 6 maanden. De Israëlische autoriteiten hebben nooit een officiële aanklacht tegen hem ingediend of de bedoeling getoond om hem te berechten.
Zijn vrouw mocht hem voor de eerste keer bezoeken in december 2008. Ze vertelde aan Amnesty: "Het is erg moeilijk om alleen te zijn, dus doe ik veel overuren op school. Zo kan ik mijn gedachten van de moeilijke situatie afzetten. Ik heb Salah nu al meer dan een jaar niet gezien. Soms telefoneren we. Vandaag zei hij me ‘God zal ons sterk maken’. Ik moet aan die hoop vasthouden tot dit alles achter de rug is.” Al Arouri’s moeder heeft hem één maal mogen bezoeken en krijgt sindsdien geen toestemming meer van het Israëlische leger.
Op 16 maart 2010 besliste het Israëlische Hooggerechtshof om Salah al-‘Arouri niet langer administratief gevangen te houden, maar in plaats daarvan het voorstel van de Israëlische autoriteiten te aanvaarden om hem te deporteren uit de bezette Palestijnse gebieden. Indien hij op 28 maart 2010 de Westelijke Jordaanoever niet zou hebben verlaten, zou hij opnieuw worden gearresteerd. Hij zou na drie jaar zou mogen terugkeren, indien hij in het buitenland niet betrokken raakt in terroristische activiteiten. Salah al-'Arouri is momenteel in Syrië, nadat Jordaanse douanebeambten hem de toegang tot Jordanië, waar hij onderdak zocht, geweigerd hadden.
Zijn vrouw Hana kon niet met hem vertrekken, aangezien ze niet over de juiste papieren beschikte. Ze kon hem pas vergezellen op 26 april. Ze vertelde Amnesty het volgende: “Ik ben er helemaal kapot van om gedwongen te worden mijn land, mijn familie, mijn vrienden, collega’s en studenten achter te laten. Ik mis hen.” Salah al-'Arouri liet op 24 maart 2010 aan Amnesty het volgende weten: "Ik heb 18 jaar in de gevangenis gezeten. Ze hebben mij nooit officieel van een misdrijf beschuldigd en waren nooit van plan me een proces te gunnen. Op welke basis word ik in ballingschap gedwongen? Ik wil in mijn land leven, maar als ik moet kiezen tussen de pest (in de gevangenis blijven) en cholera (in ballingschap leven met mijn vrouw) dan word ik gedwongen het laatste te kiezen. Ik zal proberen er het beste van te maken en mijn hogere opleiding verder zetten. Ik waardeer alles wat Amnesty International voor mij gedaan heeft en ik moedig jullie aan jullie werk verder te zetten."
Amnesty International keurt gedwongen ballingschap af. Een regering mag individuen niet dwingen hun land te verlaten omwille van hun politieke, religieuze of ander overtuiging en hen verbieden terug te keren naar hun land. Amnesty International veroordeelt in elk geval ook deportatie vanuit gebieden onder militaire bezetting. Amnesty eist dat het gezin al-Arouri kan terugkeren naar de bezette Palestijnse gebieden, als zij dat wensen. Als Israël hem wil vasthouden, dan moet hij van een vaststaand crimineel feit worden beschuldigd en een eerlijk proces krijgen.



