DRC: intimidatie na de verkiezingen moet stoppen

DRC: intimidatie na de verkiezingen moet stoppen

Veiligheidstroepen in DRC hebben politiek gemotiveerde arrestaties uitgevoerd

De reeks politiek gemotiveerde arrestaties door veiligheidstroepen in DRC moet stoppen, aldus Amnesty International. De arrestaties gebeuren na de omstreden Congolese presidentsverkiezingen.

Na de verkiezingen van 28 november zijn over het hele land tientallen arrestaties uitgevoerd, vaak gericht op leden en aanhangers van de oppositie.

"De Congolese veiligheidstroepen lijken te profiteren van het gespannen klimaat van onzekerheid na de recente verkiezingen om politiek gemotiveerde arrestaties uit te voeren, met inbegrip van onwettige en willekeurige arrestaties. Zij brengen de vrijheid van meningsuiting en vergadering in het gedrang", zegt Paule Rigaud, afgevaardigd directeur van het Afrika-programma van Amnesty International. "Deze arrestaties moeten stoppen. Als gedetineerden niet onmiddellijk kunnen aangeklaagd worden voor een strafbaar feit, moeten ze worden vrijgelaten. Beklaagden moeten worden voorgeleid aan een rechter bij wie ze de rechtmatigheid van hun detentie kunnen aanvechten. Hun rechten op een eerlijk proces moeten worden gerespecteerd, met inbegrip van toegang tot een advocaat."

golf van intimidaties

Rapporten suggereren dat deze praktijken worden gebruikt als intimidatiemethode. De slachtoffers zijn burgers, journalisten, advocaten en politici van de oppositie, zelfs een aantal veiligheidsofficieren.

Vier journalisten van een community radiozender werden in de ochtend van 14 december in Kabambare, in de oostelijke provincie Maniema, gearresteerd door agenten van de nationale inlichtingendienst (Agence Nationale de Renseignements, ANR). Ze werden ervan beschuldigd een officiële beslissing om hun radiostation uit de ether te halen naast zich neer te leggen. Drie van hen werden 's namiddags vrijgelaten, terwijl de vierde de volgende dag 's namiddags werd vrijgelaten.

Naar verluidt werd op 13 december in Bukavu, Zuid-Kivu, advocaat Eustache Nsimba door agenten van de Congolese Nationale Politie (Police Nationale Congolaise, PNC) geslagen en gearresteerd. De agenten brachten hem naar een onbekende locatie. Hij had deelgenomen aan een mars georganiseerd door de oppositie. De burgemeester van Bukavu was eerder ingelicht over de mars, maar naar verluidt heeft hij ze verboden in een radiomededeling. Eustache Nsimba werd later op de dag vrijgelaten.

Amnesty International heeft ook vernomen dat veiligheidsagenten betrokken waren bij de willekeurige arrestaties van ten minste twee leden van de Unie voor Democratie en Sociale Vooruitgang (Union pour la Democratie et le Progrès Social, UDPS) in de provincie Katanga. Beide leden van de belangrijkste oppositiepartij worden nog steeds vastgehouden, één van hen incommunicado in een tijdelijke cel van de ANR.

Volgens een lokale NGO hebben sinds begin december leden van het nationale leger (FARDC) in Kinshasa een tiental andere legerofficieren, PNC agenten en burgers ontvoerd of willekeurig gearresteerd. Alle arrestanten werden naar verluidt geviseerd omdat ze uit de Evenaarsprovincie en de beide Kasaï provincies kwamen, twee bolwerken van de oppositie. De verblijfplaats van een aantal gevangenen is onbekend, terwijl anderen in incommunicado-detentie worden gehouden, in militaire kampen in Kinshasa, zoals het Kokolo kamp, of op andere plaatsen die buiten de controle van gerechtelijke instanties vallen, zoals het Tshatshi kamp en de Groupe Litho Moboti ( GLM) Building. Amnesty International dringt er bij de Congolese autoriteiten op aan om de situatie van de gedetineerden te verduidelijken, hen vrij te laten als ze niet snel kunnen aangeklaagd worden voor een strafbaar feit, hen toe te laten de rechtmatigheid van hun aanhoudende detentie aan te vechten en toegang te geven tot hun familie en advocaten.

mensenrechtenschendingen

Amnesty International roept de Congolese autoriteiten ook op om een grondig, onpartijdig en onafhankelijk onderzoek in te stellen naar gemelde mensenrechtenschendingen, zoals het doden van demonstranten door onder andere veiligheidstroepen van de DRC in de directe aanloop naar de verkiezingen.

"Talrijke meldingen van mensenrechtenschendingen ontsierden de aanloop naar de Congolese verkiezingen, en blijven komen, met beperkingen op de vrijheid van meningsuiting en vergadering, en veiligheidstroepen die aanhangers van de oppositie en mensenrechtenactivisten intimideren", zei Paule Rigaud. "De verantwoordelijken voor de misdaden moeten worden gezocht en snel voor de rechter gebracht. Straffeloosheid zou alleen maar geweld en misbruiken aanwakkeren. "