FOCUS : Gevangenenruil

FOCUS : Gevangenenruil

Auteur: 
Landenteam Israel/Palestina
Gilad Shalit, na 5 jaar gevangenschap vrijgelaten
de zus van Linan Abu Gulmeh en haar moeder, met een foto van Linan en haar moede

Op 18 oktober werd Israëlisch soldaat Gilad Shalit vrijgelaten na 5 jaar gevangenschap. Dit in ruil voor de onmiddellijke vrijlating van 477 Palestijnen, die vaak al decennia gevangen zaten.

Gilad Shalit is vrij

Als aan alle afspraken gehouden wordt, komen volgens de details in totaal 1027 Palestijnen vrij. Amnesty International heeft consequent actie gevoerd voor Galid Shalit. Maar Amnesty hekelt ook al jaren de gevangenneming van Palestijnen in Israël. Gedetineerden worden gevangen gehouden in erbarmelijke omstandigheden en zonder uitzicht op eerlijke processen. Met Linan Abu Gulmeh werd ook één van de Palestijnse individuen waarvoor Amnesty actie voert, vrijgelaten bij de ruil. Zij is één van de 477 Palestijnen die vrijkwamen.

Gilad Shalit: 5 jaar lang slachtoffer van politieke onderhandelingen

Gilad Shalit werd op 25 juni 2006 als Israëlische soldaat gevangen genomen bij een grensoverschrijdende aanval door Palestijnse gewapende groepen uit Gaza.

Hij was de eerste Israëlische soldaat sinds 1994 die ontvoerd werd, en werd hierdoor een belangrijke, zo niet de belangrijkste onderhandelingskracht van Hamas om Palestijnse gevangenen vrij te krijgen.

Sinds de dag van zijn ontvoering werd Gilad Shalit geen contact gegund met zijn familie, die onvermoeibaar is blijven campagne voeren voor zijn vrijlating. Hij kreeg ook geen toegang tot het Rode Kruis, ondanks herhaalde oproepen van Amnesty International en andere organisaties. Daardoor was het onmogelijk na te gaan in welke omstandigheden hij gevangen gehouden werd.

Amnesty heeft herhaaldelijk het Hamas-bestuur opgeroepen Gilad Shalit niet te behandelen als een gijzelaar of te gebruiken als pasmunt bij onderhandelingen, wat een schending zou zijn van de verplichtingen onder het internationaal humanitair recht.

Volgens internationaal recht moeten Israël, het de facto bestuur van Hamas en de Palestijnse Autoriteit ervoor zorgen dat elke gevangene een eerlijk proces krijgt en dat de condities in detentiefaciliteiten humaan zijn. Gevangenen moeten ook op regelmatige basis familiebezoek krijgen.

Op 20 maart 2009 'vierde' Amnesty de 1000e dag van Gilad Shalit's gevangenschap. Bezoeken van het Rode Kruis werden nog steeds geweigerd. Ook was er quasi geen communicatie met zijn familie mogelijk. Gilad ontving in drie jaar tijd slechts enkele brieven van zijn familie. Op zijn 25ste verjaardag, op 28 augustus 2011, maakte Amnesty nog vele steunbrieven over aan de ouders van Gilad.

Op 11 oktober 2011, de dag dat Netanyahu bekend maakte dat er een deal zat aan te komen, had Amnesty International 20554 ondertekenaars van hun petitie voor de vrijlating van Gilad Shalit. Tot het laatste moment is Amnesty blijven ijveren voor zijn vrijlating. Op 18 oktober kwam Galid vrij, in relatieve gezondheid en oproepend tot vrede.

Linan Abu Gulmeh: Dolblij na vrijlating uit 'administratieve detentie'

Dezelfde dag was er nog meer goed nieuws: Linan Abu Gulmeh werd op 18 oktober vrijgelaten. Zij was één van de 477 gevangenen die werden vrijgelaten in ruil voor de terugkeer van de soldaat Gilad Shalit, en één van de vier gevangenen in 'administratieve hechtenis' - dat betekent : zonder aanklacht of proces. In totaal zitten er nog enkele honderden Palestijnen in administratieve hechtenis. In maart 2011 waren er volgens statistieken van de Israëlische Gevangenisdiensten zelf nog 217.

Amnesty heeft herhaaldelijk opgeroepen voor de vrijlating van mensen in administratieve hechtenis, tenzij ze onmiddellijk kunnen aangeklaagd worden voor een erkende misdaad en een eerlijk proces krijgen dat voldoet aan de normen van het internationaal recht.

Sinds juni 2011 was Linan Abu Ghulmeh voor Amnesty International een 'Individual at Risk' en werd er voor haar actie gevoerd. Amnesty riep op voor haar te schrijven om haar vrijlating te vragen of alvast te verkrijgen dat ze werd beschuldigd op een redelijke en kenbare grond in lijn met de internationale standaarden voor een vrij en eerlijk proces.

Linan werd in administratieve hechtenis gehouden zonder geldige reden. Op 25 juli 2010 werd de periode verlengd met 6 maanden door de militaire rechtbank. Het beroep tegen deze beslissing werd op 28 augustus afgewezen. Haar vertegenwoordigers werden niet op de hoogte gebracht tot begin september. Haar advocaten waren een beroep bij het Israëlische hooggerechtshof aan het voorbereiden.

Ondertussen kwam er protest uit de gevangenissen zelf. In september meldde de NGO Addameer dat verscheidende gevangenen aan een hongerstaking begonnen waren. Eén van de vele zorgen van de gevangenen was de isolatie van verschillende gevangenen om 'veiligheidsredenen', alsook de terugschroeving van familiebezoek en van enkele verworvenheden zoals toegang tot onderwijs, boeken en kranten. Addameer meldde Amnesty International dat ook Linan Abu Ghulmeh zou deelnemen aan de hongerstaking.

Amnesty had meteen na haar thuiskomst een gesprek met Linan. Zij was dolblij. Ze was heel dankbaar voor alle inspanningen die de Amnesty-activisten voor haar zaak hadden gedaan, en ze hoopt dat Amnesty haar werk zal voortzetten voor gevangenen zoals zij er ook een was.

Gevangenenruil: Wie zijn die honderden andere gevangenen ?

De groep van 477 gevangenen die op 18 oktober door Israël werden vrijgelaten bestaat uit 450 mannen en 27 vrouwen, 275 van hen zijn door Israëlische militaire rechtbanken tot één of meerdere keren levenslang veroordeeld. Ook zijn er personen bij die veroordeeld zijn voor het beramen of uitvoeren van aanvallen op Israëlische burgers.

Een aantal families en organisaties hebben zich tegen deze deal verzet. De lijst van de gevangenen was vrijgegeven en gepost in het Hebreeuws en het Engels op de website van de Israëlische gevangenissen op 15 oktober. Dit om Israëli's 48 uren de kans te geven de beslissingen aan te vechten. Het Israëlische Hooggerechtshof heeft echter de dag vóór de vrijlating hun beroep tegen de vrijlating verworpen.

In een tweede fase van de overeenkomst, binnen twee maanden, zullen nog eens 550 gevangen worden vrijgelaten. De identiteit van deze gevangenen is nog niet bekend.

217 van de reeds vrijgelaten gevangenen mogen zonder beperkingen terugkeren naar hun huizen in Gaza, Israël of de bezette Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem. 55 gevangenen keren terug onder een veiligheidsregeling. Dat betekent dat hun bewegingsvrijheid wordt beperkt en dat zij regelmatig zullen worden gecontroleerd door de Israëlische autoriteiten.

164 gevangenen uit de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, worden overgebracht naar Gaza. Volgens de Israëlische Gevangenisdienst zullen 18 van hen daar 3 jaar blijven. Voor de anderen is het niet duidelijk of zij zullen mogen terugkeren naar hun families.

Deze Palestijnen zullen volledig van hun families afgesneden blijven, want de Israëlische autoriteiten geven aan Palestijnen uit de Gazastrook geen toestemming om naar de Westelijke Jordaanoever te reizen. Evenmin mogen Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever naar Gaza reizen. Nochtans worden de Westelijke Jordaanoever, waaronder Oost-Jeruzalem, en de Gazastrook internationaal erkend als één territoriale eenheid, volgens de Oslo-akkoorden en volgens het internationaal recht.

Ten slotte zijn er nog 41 gevangenen, van wie één vrouw, die naar het buitenland zullen gedeporteerd worden. De meeste onder hen waren tot levenslang veroordeeld. Het is niet duidelijk of zij voor altijd worden verbannen, of dat ze ooit terug naar huis zullen kunnen in de bezette Palestijnse gebieden.

Artikel 49 van de Conventie van Genève verbiedt een bezettingsmacht mensen gedwongen te deporteren uit een bezet gebied. Tenzij de gevangenen zouden ingestemd hebben met hun overdracht uit de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, naar Gaza of naar het buitenland, schendt Israel hiermee haar verplichting volgens het internationaal humanitair recht.

Oproep van Amnesty International

Naar aanleiding van de uitwisseling van Israëlische soldaat Gilad Shalit met 477 Palestijnse gevangenen moeten we ook de noodzaak belichten van een humane behandeling van gevangenen in zowel Israël als de bezette Palestijnse gebieden.

"Deze deal betekent een hele opluchting voor Gilad Shalit en zijn familie, na een beproeving van meer dan 5 jaar. Een heleboel Palestijnse families zullen dezelfde opluchting voelen wanneer ze herenigd worden met hun familieleden. Velen van hen hebben tientallen jaren onder erbarmelijke omstandigheden doorgebracht in Israëlische gevangenissen", zegt Malcolm Smart, directeur van Amnesty International voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

"Maar er moet meer gedaan worden om de mensenrechten te beschermen van duizenden anderen die nog gevangen zitten. De Israëlische autoriteiten, het de facto Hamas-bestuur in Gaza en de Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever moeten deze kans grijpen om er voor te zorgen dat de rechten van alle gevangenen onder hun hoede worden gerespecteerd."

Meer dan 5200 Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem) en de Gazastrook, die samen de bezette Palestijnse gebieden vormen, zitten momenteel gevangen in inrichtingen onder het bestuur van de Israëlische Gevangenisdienst ("Israel Prison Service"). De grote meerderheid van deze Palestijnen zit gevangen in Israël zelf.

Omdat deze Palestijnen op Israëlisch grondgebied gevangen zitten is familiebezoek moeilijk zo niet onmogelijk, want de Israëlische autoriteiten weigeren systematisch de nodige reisvergunningen. In juni 2007 verbood Israël familiebezoek voor alle gevangenen uit Gaza, een strafmaatregel die zowel de gevangenen zelf als hun familie treft.

Sinds 27 september houden honderden Palestijnse gevangenen een hongerstaking uit protest tegen de onlangs door de Israëlische autoriteiten ingevoerde strafmaatregelen. De gevangenen vragen de Israëlische Gevangenisdienst regelmatig bezoek van de familie toe te staan en te stoppen met het willekeurig afzonderen van gevangenen.

Amnesty heeft consequent bij de Israëlische autoriteiten haar bezorgdheid geuit over de gevangeniscondities van de Palestijnse gedetineerden, en over het overbrengen van gevangenen uit de Palestijnse gebieden naar Israëlische gevangenissen waarmee Israel haar verplichtingen volgens de Vierde Conventie van Genève niet nakomt.

"De internationale normen voor Mensenrechten en het Internationaal Humanitair recht garanderen elke persoon die van zijn/haar vrijheid wordt beroofd het recht op een menselijke en waardige behandeling in gevangenschap, op aangepaste medische zorgen en op regelmatig bezoek van de familie.", zei Malcolm Smart.

"Israël, het de facto Hamas-bestuur in Gaza en de Palestijnse Autoriteit moeten er voor zorgen dat alle gedetineerden snel een eerlijk proces krijgen, dat voldoet aan de internationale normen. Rechterlijke uitspraken voor vrijlating van gedetineerden moeten worden uitgevoerd."

hier niet op duwen