Focus: Goldstone-rapport, gerechtigheid uitgesteld of afgesteld?

Focus: Goldstone-rapport, gerechtigheid uitgesteld of afgesteld?

Auteur: 
Landenteam Israël/Palestina
Richard Goldstone (tweede van links) en zijn onderzoeksteam
Israëlisch leger vuurt witte fosfor op VN-school Gaza ©UNRWA

Het zogenaamde “Goldstone-rapport” over oorlogsmisdaden in Gaza is voorlopig relatief ongeschonden gestrand in de Algemene Vergadering van de VN. Amnesty vraagt dat dit rapport even ernstig wordt genomen als rapporten over bijvoorbeeld de situatie in Darfur. Een terugblik en een stand van zaken.

Het langverwachte rapport van de United Nations Fact Finding Mission on the Gaza Conflict, onder leiding van de Zuid-Afrikaanse rechter Richard Goldstone, werd dinsdag 15 september publiek gemaakt. Sindsdien heeft het zogenaamde Goldstone-rapport een waar hindernissenparcours afgelegd door de beslissingsmolens van de Verenigde Naties. Het rapport is voorlopig relatief ongeschonden gestrand in de Algemene Vergadering. Ondanks ernstige tekortkomingen mag de stemming van afgelopen 5 november gerust historisch worden genoemd. Amnesty International vraagt het rapport echter zonder uitstel aan de VN Veiligheidsraad over te maken. "Het is de verantwoordelijkheid van de Veiligheidsraad om dat rapport even ernstig te nemen als rapporten over bijvoorbeeld de situatie in Darfur. Er mag geen sprake zijn van dubbele standaarden voor gerechtigheid voor oorlogsmisdaden of misdaden tegen de mensheid” stelde Amnesty’s secretaris-generaal Irene Khan. Een terugblik en een stand van zaken.

Consensus en toch verdeeldheid

Op 29 september bespreekt de VN Mensenrechtenraad het rapport. België is voorzitter van de Raad tijdens die sessie. Het resultaat is teleurstellend. De leden beslissen de definitieve stemming over het Goldstone-rapport uit te stellen tot maart 2010. Dat uitstel is volgens Amnesty tekenend voor het gebrek aan politieke wil om tot vastberaden actie over te gaan, telkens het gaat over rekenschap voor mensenrechtenschendingen in het Israëlisch-Palestijns conflict. Op 16 oktober komt het Goldstone-rapport op een wat ongelukkige manier toch terug aan bod tijdens een speciale sessie van de Mensenrechtenraad. De overgrote meerderheid van de landen erkent de waarde van het rapport en roept op tot rekenschap voor schendingen begaan door alle partijen in het conflict. Maar Amnesty betreurt dat de lidstaten er niet in slagen een formulering te bereiken die deze consensus weerspiegelt. De resolutie kaart immers enkel de mensenrechtenschendingen door Israël aan, en blijft stil over schendingen door Hamas en andere Palestijnse gewapende groepen. De resolutie doorstaat dan ook een bijzonder verdeelde stemming: verschillende landen van over de hele wereld onthouden zich, stemmen tegen of weigeren zelfs te stemmen. Het gevaar bestaat dat deze verdeeldheid een obstakel zal blijven voor rekenschap. De resolutie beveelt wel aan dat de Algemene Vergadering van de VN het Goldstone-rapport moet behandelen en dat geeft weer wat hoop.

De Algemene Vergadering heeft op 5 november de unieke kans om een beslissende stap te zetten in het proces om via het Goldstone-rapport rekenschap te bekomen. Uiteindelijk wordt met een overweldigende meerderheid een resolutie gestemd, waarin de Algemene Vergadering Israël en Hamas vraagt onmiddellijk geloofwaardige en onafhankelijke onderzoeken in te stellen. Als Israël en Hamas daar niet toe in staat of bereid blijken, dan moet de VN secretaris-generaal het Goldstone-rapport doorverwijzen naar de VN-Veiligheidsraad. 

Volgens Amnesty heeft de Veiligheidsraad dan geen enkel excuus meer om de zaak niet naar het Internationaal Strafhof in Den Haag door te verwijzen. De kans is groot dat deze verwijzing toch op een Amerikaans veto zal stuiten. Amnesty heeft de regering van president Obama uitdrukkelijk opgeroepen om het Goldstone-rapport nauwgezet te onderzoeken en in naam van de gerechtigheid dat veto niet te stellen.

Een cruciale fase gaat nu in: een allerlaatste kans voor de Israëlische regering en Hamas om een doorverwijzing naar het Internationaal Strafhof in Den Haag te vermijden. Het zal cruciaal zijn op te volgen of Israël en Hamas effectief onderzoeken instellen en of deze beantwoorden aan internationale standaarden. Amnesty vraagt daarom dat de VN secretaris-generaal een onafhankelijke commissie van deskundigen aanstelt om deze interne onderzoeken op te volgen binnen de komende 6 maanden. Zowel de Israëli’s als de Palestijnen hebben tot nu toe immers compleet nagelaten om goed gedocumenteerde schendingen te onderzoeken. Het Israëlische Ministerie van Buitenlandse Zaken publiceerde wel een speciale nieuwsbrief net toen het Goldstone-rapport werd gepubliceerd, waarin het stelt dat verschillende incidenten onderzocht worden door de Israëlische autoriteiten. Amnesty is daar niet tevreden mee en stelde volgende vragen in een brief aan de Israëlische autoriteiten: “Waren deze onderzoeken onafhankelijk gevoerd of gaat het hier om het leger dat zichzelf onderzoekt? In ieder geval moet Israël vrijgeven welke stappen hun onderzoekers hebben ondernomen om bewijsmateriaal te bekomen van ooggetuigen en slachtoffers in Gaza.” Amnesty kreeg daar tot nog toe geen enkel antwoord op. Hamas heeft geen stappen ondernomen om de aanvallen op burgers te stoppen en om de daders ter verantwoording te roepen.

Dubbele standaarden komen bovendrijven

De stemming in de Algemene Vergadering was historisch om verschillende redenen. Een resolutie die rekenschap eist van zowel de Israëli’s als de Palestijnen, werd met een overgrote meerderheid goedgekeurd. 114 landen stemden voor, 44 landen onthielden zich en slechts 18 landen stemden tegen, waaronder de Verenigde Staten en 7 EU-lidstaten (Nederland, Tsjechië, Duitsland, Hongarije, Polen, Slowakije en Italië). Terwijl de EU-stem in de stemming voor de Mensenrechtenraad verdeeld was tussen onthoudingen en tegenstemmen, was de EU-stem deze keer verdeeld tussen tegenstemmen of onthoudingen en voorstemmen. Portugal, Ierland, Slovenië, Cyprus en Malta stemden voor. Een aantal belangrijke EU-landen onthielden zich ‘slechts’ en stemden dus niet tegen: Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Zowel tegenstemmen als onthoudingen waren echter veel moeilijker te verantwoorden, omdat de resolutie weerspiegelt wat EU landen naar eigen zeggen belangrijk vinden. Uit het statement van de EU aan de vooravond van de stemming: “Een overkoepelende prioriteit voor de EU op het vlak van mensenrechten is het bestrijden van straffeloosheid. De EU dringt er bij de partijen op aan om gepaste, geloofwaardige en onafhankelijke onderzoeken in te stellen (…) De EU gelooft dat gepaste opvolging noodzakelijk zal zijn.” Een onthouding of een tegenstem tegen een gebalanceerde resolutie die zowel Israël als Hamas oproept onderzoeken in te stellen, kan dan enkel dubbele standaarden onthullen. Amnesty vindt dat zowel de onthoudingen als de tegenstemmen getuigen van een gebrek aan politieke wil of zelfs een doelbewuste blokkering van rekenschap voor oorlogsmisdaden. Sommige EU-landen zetten alles op alles om een sterke resolutie die de toekomst van het Goldstone-rapport veilig stelt, te vermijden, gerechtigheid onder de mat te vegen en de principes die zij toepassen tegenover landen als Soedan aan de kant te schuiven als het over Israël gaat. Doordat deze landen Israël een hand boven het hoofd houden, zetten ze ook Hamas uit de wind.

Het kostte de EU bovendien een half jaar om zijn steun uit te spreken voor het Goldstone-onderzoek zelf, wat er mee heeft toe bijgedragen dat Israël geen druk voelde om mee te werken. In januari 2009 verklaarde de EU enkel “de onderzoeken naar vermeende schendingen van het internationaal humanitair recht op de voet te volgen", een formulering die werd herhaald in juni 2009. Op 15 juni 2009, in de Mensenrechtenraad, drong de EU er bij alle partijen op aan mee te werken met het onderzoek, maar niet in de publieke en officiële conclusies van de buitenlandministers.

Dit staat in schril contrast met de eenduidige en krachtdadige steun van de EU voor dergelijke onderzoeken naar andere recente conflicten. In het geval van Sri Lanka, verklaarde de Raad in zijn conclusies van 18 mei 2009: "De EU roept op tot de vermeende schendingen van [het internationaal humanitair recht en de mensenrechten recht] te worden onderzocht door een onafhankelijk onderzoek. De verantwoordelijken moeten voor de rechter worden gebracht.” In het conflict in Georgië ging de EU nog een stap verder en lanceerde haar eigen onafhankelijke internationale onderzoeksmissie. In de Israëlisch-Palestijnse context riep de Raad van de Europese Unie nog maar één keer op tot rekenschap en dat was in verband met het interne Palestijnse geweld tussen Fatah en Hamas in juni 2007. De EU veroordeelde toen sterk de aanvallen van Hamas: “Alle verantwoordelijken van misdaden in strijd met het internationaal humanitair recht en fundamentele mensenrechten moeten rekenschap afleggen.”

De geloofwaardigheid van het oorlogsrecht staat op het spel. In 2009 is het zestig jaar geleden dat staten zich er in het Vierde Verdrag van Genève – dat voor het eerst expliciet voorzag in “de bescherming van burgers in oorlogstijd” – toe verbonden om dit verdrag onder alle omstandigheden te eerbiedigen en te doen eerbiedigen. Als het Goldstone-rapport uiteindelijk begraven wordt zonder gevolg, dan zullen het oorlogsrecht en de mensenrechten een enorme klap krijgen. Amnesty vraagt de Belgische regering bij te dragen tot een correcte behandeling van het rapport. Volgens Amnesty biedt het Goldstone-rapport een unieke kans voor een begin van het einde van de straffeloosheid die al decennialang heerst in het Israëlisch-Palestijns conflict. Zonder rekenschap voor zware misdaden is een rechtvaardige en duurzame vrede in de regio ondenkbaar.

Amnesty rapport over oorlogsmisdaden Gaza/Zuid-Israël: Operation "Cast Lead": 22 days of death and destruction, Amnesty International,  2 juli 2009, http://www.amnesty.org/en/library/info/MDE15/015/2009/en

Achtergrondinformatie Goldstone-rapport

Verwante berichten

Nieuwsbrief Landenteam Israël/Palestina november 2009


klik hier en beluister Chimes of freedom