Geloofwaardig Hamas-onderzoek naar schendingen Gaza-conflict blijft uit
Volgens Amnesty International komen de recente maatregelen van de de facto Hamas administratie niet tegemoet aan de vraag naar een geloofwaardig onderzoek naar de schendingen begaan tijdens het conflict in Gaza en het zuiden van Israël, zoals gevraagd door de Verenigde Naties.
Amnesty maakte vrijdag 19 februari haar bezorgdheid over aan Isma’il Haniyeh, hoofd van de de facto administratie van Hamas in Gaza. Hamas’ reactie op de oproep van de VN is volgens de organisatie ontoereikend en kaart het willekeurig afvuren van raketten richting Zuid-Israël door gewapende Palestijnse groeperingen tijdens het 22 dagen durende conflict, niet aan.
Hamas stelt dat de gewapende Palestijnse groepen nooit burgers geviseerd hebben. Nochtans wordt dit tegengesproken door eerdere verklaringen van die gewapende groeperingen, waaronder ook de militaire vleugel van Hamas. In die verklaringen eisten ze expliciet de verantwoordelijkheid op voor de raketaanvallen gericht op Israëlische dorpen. Door die willekeurige aanvallen tijdens de operatie Cast Lead vonden in totaal drie Israëlische burgers de dood. Er vielen ook verschillende gewonden en heel wat burgerwoningen werden vernield.
Gewapende groeperingen moeten het internationaal humanitair recht respecteren. Of deze aanvallen nu gericht waren op militaire of burgerdoelen, het gebruik van projectielen die niet op specifieke doelen gericht kunnen worden, brengt de burgerbevolking in gevaar. Dit is een schending van internationaal humanitair recht en een oorlogsmisdaad.
In haar reactie tracht Hamas de raketaanvallen in algemene termen te rechtvaardigen. De beweging maakt geen gewag van een mogelijk onderzoek, nog minder van vervolging van de verantwoordelijken.




