Hervorming CGKR moet leiden tot onafhankelijk en omvattend mensenrechteninstituut

Hervorming CGKR moet leiden tot onafhankelijk en omvattend mensenrechteninstituut

Logo CGKR

Nu er een akkoord is over de hervorming van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding (CGKR), moedigt Amnesty International België aan om grondig na te denken over de oprichting van een omvattend en onafhankelijk instituut voor de mensenrechten. Zo’n instituut is er immers nog lang niet.

CGKR

19 juli 2012 werd bekend dat het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding wordt hervormd. Er komt een ‘interfederaal’ Centrum dat zich zal toeleggen op gelijke kansen, discriminatie en racisme. Rapporteren over de migratiestromen, een andere taak van het huidige CGKR, wordt de taak van een federaal centrum. Uit de nieuwsberichten bleek niet duidelijk wat er zal gebeuren met de andere werkterreinen van het Centrum, zoals de armoedebestrijding en de rechten van personen met een handicap.

Niet enkel het CGKR werd hervormd. De verantwoordelijkheid over de discriminatiemeldpunten wordt verkast naar het interfederale centrum. Ook het Centrum voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen wordt een interfederaal orgaan.

Nationaal Instituut voor de Mensenrechten

Boven dit alles zou een ‘superstructuur’ komen die zou moeten leiden tot een Interfederaal Instituut voor de Mensenrechten. Dat instituut zou zich buigen over het respect voor de mensenrechten in de breedste zin. België wordt door internationale instanties en andere staten aangemaand om dergelijk instituut op te richten en lijkt zich nu dus in de goede richting te begeven. Ook Amnesty International vraagt sinds lang aan België een beter respect van alle mensenrechten te garanderen door middel van zo’n instituut.

“Het is veel te vroeg om te juichen”, zegt Eva Berghmans, beleidsverantwoordelijke van Amnesty International Vlaanderen. “Momenteel gaat het in wezen enkel over de hervorming van een aantal bestaande instanties. We zijn nog ver verwijderd van een omvattend mensenrechteninstituut. De drie instanties waarvan nu sprake, behandelen maar een klein deel van het mensenrechtenspectrum. Een mensenrechteninstituut moet een veel breder mandaat hebben dan enkel discriminatie, gelijke kansen en migrantenrechten.”

Amnesty vindt dat een mensenrechteninstituut een onafhankelijk orgaan moet zijn dat zich kan uitspreken over alle mensenrechten van de inwoners.

“België heeft nood aan een dergelijke instantie”, zegt Eva Berghmans. “Een instantie die in staat is om, volledig onafhankelijk, de rechten van de inwoners te verdedigen bij het beleid. Of het nu gaat over de behandeling van gevangenen, de rechten van ouderen, van kinderen of van personen met een handicap. We missen die ene Mister of Miss Mensenrechten die het beleid een spiegel voorhoudt.”

Vrees voor de lege doos

Amnesty roept de Belgische regeringen op om het momentum van dit akkoord te gebruiken en door te werken.  Anderzijds waarschuwt de organisatie voor overhaast werk. “De deadline die de overheden zich stellen (juni 2013) is bijzonder scherp. Als de overheden geen lege doos wensen op te richten, moet er dringend gestart worden met technische onderhandelingen, niet enkel onderling maar ook en vooral met het maatschappelijke middenveld en de academische wereld.”

Ook moet het mensenrechteninstituut behoorlijk gefinancierd worden. Onafhankelijk en degelijk toezicht op de naleving van mensrechten kan alleen als er voldoende mensen en middelen ingezet kunnen worden om die taak uit te oefenen.

Een politiek akkoord zonder inspraak

Amnesty International heeft ook kritiek op het huidige akkoord. “Op een aantal informele contacten na, is er geen overleg geweest met het middenveld over deze zeer belangrijke materie en dat zie je aan het akkoord”, zegt Eva Berghmans. “Zo blijft de Raad van Bestuur van het Centrum politiek benoemd. Dat is op zich geen verrassing maar bij de verdere uitwerking moeten er garanties komen over de technische expertise. We moeten weg van het idee dat politiek of communautair evenwicht het enige relevante is. Expertise over het werkveld, over de internationale rechtsregels en over de rol van het middenveld zijn minstens even belangrijk.”

Amnesty stelt voor om de procedures voor het aanstellen van de directeurs en de Raden van Bestuur zo transparant mogelijk te laten verlopen. Open oproepen tot kandidaatstelling, objectief verifieerbare criteria voor kandidaten en een strikte selectieprocedure zijn daarbij opties. “De eindbeslissing kan dan nog steeds door de parlementen worden genomen, maar ten minste op basis van competenties, eerder dan kleur.”

“Niet meer dan een eerste stap, maar wel in de goede richting. Nu moeten we verder, en deze keer mét het middenveld”, besluit Eva Berghmans.