Interview met Sharif Omar: Palestijnse boer onder druk
Sharif Omar is een Palestijnse boer waarmee Amnesty al jaren contact heeft. Pieter Stockmans bezocht hem in Jayyus in september 2010, en opnieuw in november 2011, deze keer voor zijn project "Tussen Vrijheid en Geluk". Uit beide interviews citeren we enkele passages.
Sharif Omar (september 2010):
We blijven strijden voor ons land, niet enkel met demonstraties. We doen ons best om opnieuw bomen aan te planten, we praten met de media en met ngo's, we onderhouden goede contacten met Israëli's die ons willen helpen.
Sommige Israëli's komen mee olijven plukken en dit doet goed. Leden van de Israëlische vredesbeweging kwamen hier gisteren om te praten over de beperkingen die we tijdens de olijfoogst ondervinden. Dit geeft ons moed en het gevoel niet alleen te staan. Niet alle Israëli's stelen ons land en vruchten, sommigen helpen ons zelfs met de oogst.
Zelf was ik enkele jaren geleden betrokken bij de burgerbeweging Stop The Wall in Jayyus. Eind jaren '80 was ik de lokale leider van de Land Defense Committees die in elk dorp van de buurt toen werden opgezet in reactie op een militaire wet die Palestijnse landbouwgronden onder Israëlische militaire curatele plaatste. Sindsdien is het leven onder bezetting nog harder geworden. We moesten steeds vaker vergunningen van Israël vragen om op onze grond te komen.
Heb je op dit moment een vergunning?
Nee, op dit moment heb ik geen vergunning voor het bewerken van mijn eigen land. Mijn vorige vergunning verliep op 6 september 2010 en werd niet hernieuwd. Ik heb er geen idee van wanneer ik terug op mijn land kan, al doe ik er alles aan. Mijn vrouw heeft nog een vergunning, maar zij kan het land niet alleen bewerken en kan niet met een tractor rijden.
Dit terwijl op 1 oktober de advocado-oogst en op 15 oktober de olijfoogst zou moeten beginnen. Ik dreig die belangrijke maanden gedeeltelijk te mislopen.
Met mijn 3600 bomen was ik ooit de grootste boer van Jayyus. De Israëlische maatregelen hinderen een hele landbouwindustrie. Ik moet mijn arbeiders nu betalen zonder te kunnen controleren hoe ze hun werk doen. En zij hebben ook nog hun eigen land. Mijn zoon heeft trouwens een vergunning voor Israël en kan vrij reizen door alle checkpoints, behalve die voor zijn eigen land. Deze vergunning werd onlangs geweigerd om 'veiligheidsredenen'. Ik begrijp het niet.
Vertel eens iets over je bedrijf.
Voor de muur hier kwam, waren wij een competitief bedrijf. Ik was welvarend. Mijn zonen hebben geluk gehad dat ik hun studies kon betalen voor de muur er kwam. Ze hebben nu goede jobs. Maar hoe kan een Palestijnse boer nu nog concurreren?
Israëlische boeren profiteren van onze moeilijkheden. Zij kunnen ongehinderd uitvoeren naar de steden op amper 20 minuten van Jayyus, terwijl onze producten daar soms te laat en dus verrot aankomen. Naar Israël kunnen we al helemaal niet meer exporteren.
Bijvoorbeeld, tijdens de bouw van de muur werd het onmogelijk onze producten op de markt te brengen in de belangrijke stad Nablus, mede doordat deze stad door de Intifada hard getroffen werd. Aan militaire controleposten moeten we al onze producten uitladen en weer inladen. Dit proces duurde soms meer dan 4 uur. Vers waren de producten niet meer en dus moesten we ze aan halve prijs verkopen.
Ook nu is het enorm moeilijk om onze producten via alle checkpoints te laten passeren zonder hun versheid aan te tasten.
Sharif Omar (November 2011):
Ondertussen heb ik opnieuw een vergunning voor 6 maanden, om me in de 'gesloten militaire zone' te begeven. Ik kan terug aan mijn land. Pas na lang aandringen bekwam ik de vergunning. Ze houdt helemaal geen eigendomsrechten in of een aanvaarding dat ik naar mijn eigendom ga. Zo blijft men wel druk zetten op ons.
Nog steeds moeten wij boeren in de rij staan om ons land te bewerken en moeten we telkens hopen op een vergunning. Weet je wat grappig is? Omdat de vergunning ons verbiedt om 's nachts op ons land te blijven overnachten in de huisjes die we daar hebben, zien we veel meer wilde dieren op onze velden (vossen, wilde zwijnen). Zij voelen zich vrij en de koning te rijk, terwijl wij ons nu opgejaagd voelen.
Is de economische situatie verbeterd?
De olijfoogst was verbazingwekkend vruchtbaar eigenlijk. Dankzij de helpers en de natuur. Normaal spreek je van een goed en een slecht jaar bij olijven. Het probleem is nu nog steeds dat ik veel olijven heb, maar niet genoeg klanten. Ik blijf met een overschot zitten.
We blijven in een economische oorlog. Vroeger kwamen klanten en handelaars zelf naar mijn boerderij. We moesten geen vrachtwagens betalen en we verkochten verse producten. Nu zijn onze producten niet meer dagvers en kunnen we zelfs niet met afgewerkte olijfolie voorbij de checkpoints. Zo kunnen ook Israëli's onze producten niet meer kopen. Dit terwijl we op nog geen 10 km van Israël wonen.
Is er hoop voor Jayyus?
Onze zonen en dochters willen weten wat nog komen gaat. Ik motiveer hen om hier te blijven, om Palestina niet te verlaten. Ik probeer hen hoop te geven. Ik was één van de getuigen tijdens de zittingen van het Internationaal Gerechtshof over de muur. Dat gaf hoop, maar we zijn nu 7 jaar verder en de muur staat er nog steeds. Niet enkel woorden en veroordelingen tellen. Rechten moeten ook op het terrein worden afgedwongen. Daarvoor blijf ik strijden.
Het project "Tussen Vrijheid en Geluk" van Pieter Stockmans en Majd Khalifeh, kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos: www.fondspascaldecroos.org
Links: Tussen Vrijheid en Geluk - Facebook - Wereldblog(MO*) - YouTube





