Israëlische militaire rechtbank veroordeelt Palestijnse activist wegens verzet tegen de muur
Abdallah Abu Rahma, Palestijn en geweldloos politiek activist, werd veroordeeld door een Israëlische militaire rechtbank. Amnesty International keurt deze veroordeling af.
Abdallah Abu Rahma wordt sedert december 2009 vastgehouden vanwege zijn betrokkenheid bij het protest tegen het hek/de muur die de Israëlische autoriteiten hebben opgetrokken, grotendeels op Palestijnse grond.
Abdallah Abu Rahma is hoofd van het "Popular Committee Against the Wall" in Bil’in, een dorp op de Westelijke Jordaanoever. Hij werd op 24 augustus door een militaire rechtbank schuldig bevonden aan “het organiseren van en deelnemen aan een illegale betoging” en aan “opruiing”.
Hij werd vrijgesproken van 2 andere aanklachten, namelijk “stenengooien” en “wapenbezit”. Het vonnis zal binnen de volgende weken worden uitgesproken en zou tot 10 jaar gevangenisstraf kunnen oplopen. In tussentijd blijft hij in voorarrest.
"Door hem te vervolgen lijken de Israëlische autoriteiten er enerzijds op uit te zijn Abdallah Abu Rahma te straffen voor zijn deelname aan legitiem protest, en anderzijds anderen hiervoor af te schrikken", zei Malcolm Smart, directeur van Amnesty’s programma voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika. "Abdallah Abu Rahma wordt nu opgesloten omdat hij zijn recht op vrijheid van meningsuiting uitoefent."
Aanhoudend verzet tegen het hek/de muur
Abdallah Abu Rahma is leraar en bekend politiek activist. Hij probeert op een geweldloze manier meer internationale ruchtbaarheid te geven aan de mensenrechtenschendingen tegen Palestijnen tengevolge van het hek/de muur.
De laatste 5 jaar betogen de inwoners van Bil’in elke week samen met Israëlische en internationale medestanders tegen het hek/de muur en tegen de inbeslagname van hun land door de Israëlische autoriteiten.
De arrestatie van Abdallah Abu Rahma en andere prominente activisten die zich verzetten tegen het hek/de muur, zoals Mohammed Othman en Jamal Juma’, maakt deel uit van een campagne van Israël om dat verzet hardhandig neer te slaan.
Mohammed Othman en Jamal Juma’ werden in januari 2010 zonder aanklacht vrijgelaten na internationaal protest tegen hun arrestatie.
Het Popular Committee Against the Wall van Bil’in kreeg in 2008 de Carl Von Ossietzky Medaille voor “buitengewone inzet voor het bevorderen van elementaire Mensenrechten”. Deze medaille wordt uitgereikt door de in Berlijn gevestigde Internationale Liga voor Mensenrechten.
Schending van internationaal recht
Het hek/de muur is 700 km lang en loopt van noord naar zuidin de Westelijke Jordaanoever. Hele Palestijnse dorpen en wijken worden ingesloten, ook in en rond Oost-Jeruzalem.
Palestijnen in de bezette gebieden zijn onderworpen aan Israëlische militaire bevelschriften, waaronder “Bevelschrift nr. 101”, het “bevelschrift betreffende het verbod op opruiing en vijandige propaganda-activiteiten”. Dit bevelschrift werd ingesteld kort na het begin van de Israëlische bezetting in 1967.
Dit bevelschrift maakt ernstige beperkingen op de vrijheid van meningsuiting mogelijk. Het houdt in dat er een voorafgaande toelating van de lokale militaire bevelhebber nodig is voor elke bijeenkomst, van 10 personen of meer, die een politiek doel beoogt, of die gaat over een materie die geïnterpreteerd zou kunnen worden als politiek, of die zelfs alleen maar bedoeld is dergelijke materie te bespreken.
Dit jaar werd het bevelschrift nr. 101 steeds meer toegepast, vooral tegen Palestijnen die betogingen organiseren tegen het Israëlische hek/de muur.
Het grootste deel van het hek/de muur is niet gebouwd op de “Groene Lijn” (de wapenstilstandslijn tussen de staat Israël en de Bezette Westelijke Jordaanoever), maar staat op Palestijns land in de Westelijke Jordaanoever. Het hek/de muur scheidt Palestijnse steden, dorpen en gemeenschappen van elkaar, van hun land, en van levensnoodzakelijke voorzieningen.
In juni 2004 stelde het Internationaal Gerechtshof in een unaniem goedgekeurd advies dat de bouw van de muur in de bezette Palestijnse gebieden een schending is van het internationaal recht, dat Israël de al afgewerkte gedeelten ervan moest ontmantelen, en dat de Palestijnen die schade hadden geleden bij de bouw ervan, moesten vergoed worden. De Israëlische regering verwierp deze aanbevelingen.
Telkens als Palestijnen samen met Israëlische en internationale medestanders betogen tegen het hek/de muur, gebruiken Israëlische strijdkrachten vaak excessief geweld tegen hen. Sommige betogingen verlopen volledig vreedzaam, bij andere zijn er betogers die stenen gooien naar Israëlische soldaten of die het hek/de muur trachten te beschadigen.









