Jemen schendt mensenrechten in naam van terreurbestrijding
De Jemenitische overheid voert hevig strijd tegen Al-Qaeda en de sjiitische Houthi-rebellen in het noorden van het land, maar houdt daarbij op geen enkele manier rekening met mensenrechten.
De strijd tegen terreur wordt bovendien misbruikt om aanhangers van de afscheidingsbeweging in het zuiden en andere dissidenten te onderdrukken. Dat schrijft Amnesty International in een nieuw rapport.
Het rapport Yemen: Cracking Down Under Pressure geeft een overzicht van de zware mensenrechtenschendingen waaraan Jemen zich schuldig maakt. In naam van de veiligheid worden vermeende Al-Qaedastrijders, sjiitische rebellen en onafhankelijkheidsactivisten uit het zuiden willekeurig gearresteerd, ontvoerd, gefolterd, onderworpen aan oneerlijke processen en zelfs gedood. Journalisten, mensenrechtenactivisten, andersdenkenden en andere critici zijn hetzelfde lot beschoren.
"De VS en andere landen zetten Jemen onder enorme druk om Al-Qaeda te vernietigen. Ze uiten echter geen enkele kritiek op de zware mensenrechtenschendingen die Jemen pleegt in het kader van antiterreuracties noch op de verregaande repressie van dissidenten. Onder het mom van veiligheid kan Jemen zich alles permitteren", zegt Lore Van Welden, woordvoerder van Amnesty International in Vlaanderen.
Externe en interne druk
“Ook Saoedi-Arabië speelt een kwalijke rol. Het land zet Jemen onder druk om de sjiitische Houthi-rebellen te bestrijden en voerde zelf ook aanvallen uit in het noorden van Jemen waarbij buitenproportioneel geweld gebruikt is en vele burgerdoden vielen.”
Niet alleen externe druk, ook interne factoren drijven de Jemenitische overheid tot een harde aanpak. De toenemende eisen van de afscheidingsbeweging in het zuiden en het knipperlichtconflict met de Houthi-rebellen in het noorden stelt de staat voor serieuze uitdagingen. Geen enkele reden kan echter de zware mensenrechtenschendingen die de Jemenitische overheid pleegt, rechtvaardigen.
Jemenitische veiligheidstroepen hebben sinds 2009 minstens 113 mensen gedood tijdens zogenaamde antiterreuracties. Sinds december 2009 neemt het aantal aanvallen toe en veiligheidstroepen gaan soms meteen over tot het doden van verdachten zonder die eerst te arresteren.
Op 17 december werden 41 mensen, waarvan 21 kinderen en 14 vrouwen, gedood door een raketaanval op hun dorp in al-Ma’jalah in het zuidelijk district van Abyan. Doel van de aanval was het doden van vermeende Al-Qaeda-strijders.
"Jemen is verplicht om de openbare veiligheid te garanderen en de bevolking te beschermen tegen terrorisme, maar daarbij moet het wel respect hebben voor internationale rechtsregels", zegt Lore Van Welden. "Er is bestaat geen enkel excuus voor gedwongen verdwijningen, foltering en buitengerechtelijke executies. Duurzame veiligheid en stabiliteit zijn alleen mogelijk als fundamentele rechten gerespecteerd worden.”
Rechtbank legt critici zwijgen op
In 1999 richtte Jemen de Gespecialiseerde Strafrechtbank op om terreurzaken te beslechten. De rechtbank wordt echter ook gebruikt om critici het zwijgen op te leggen met een gevangenisstraf. De rechtbank veroordeelde bijvoorbeeld journalisten die schreven over het conflict in het noordelijke Sa’dah of over protesten in het zuiden van het land. De Jemenitische overheid gebruikt de rechtbank voor elke persoon die volgens hen een bedreiging vormt voor de regering.
Qassem Askar Jubran, voormalig diplomaat, en Fadi Ba’oom, politiek activist, werden in april 2009 gearresteerd en omdat ze de “onafhankelijkheid van de Republiek” en “de eenheid van Jemen” in gevaar zouden gebracht hebben. Ze werden ook beschuldigd van het organiseren van protestacties voor de afscheidingsbeweging in het zuiden. Beiden werden veroordeeld tot vijf jaar cel in maart 2010. De twee werden ondertussen vrijgelaten.
Ook media aan banden
In mei 2009 richtte de overheid de Gespecialiseerde Pers en Publicatie Rechtbank op. Een nieuw instrument van de overheid om vreedzaam protest en oppositie in de media de mond te snoeren.
Anissa Uthman, een journaliste voor de al-Wassat krant, is één van de journalisten die berecht werden door de Gespecialiseerde Pers en Publicatie Rechtbank. Ze werd in januari 2010 bij verstek veroordeeld tot drie maanden celstraf wegens laster tegen president Saleh. Naar verluidt werd ze vervolgd omdat ze kritische artikelen geschreven had over de arrestatie en opsluiting van mensenrechtenactivisten.









