Mensen op de vlucht hebben meer nodig dan een dak boven het hoofd

Mensen op de vlucht hebben meer nodig dan een dak boven het hoofd

Ontheemden in Zugdidi, Georgië, maart 2010

Na jaren van geweld en conflicten vanaf de jaren ’90 tot de Georgisch-Russische oorlog in 2008 zijn nog steeds tienduizenden Georgiërs op de vlucht in eigen land.

"Ik heb 20 jaar van mijn leven doorgebracht in dit kleine kamertje in verschrikkelijke omstandigheden… Mijn man en ik wachten nog steeds, maar niemand vertelt ons iets. Ik heb misschien niet lang meer te leven. De jaren die me resten, wil ik doorbrengen in behoorlijke omstandigheden."
Izolda, 69, woont in een collectief centrum  in Tbilisi, Georgië

In het rapport In the waiting room: Internally displaced people in Georgia beschrijft Amnesty International hoe duizenden Georgiërs die op de vlucht sloegen tijdens de voorbije conflicten, elke dag opnieuw moeten vechten voor de meest elementaire voorzieningen. De Georgische autoriteiten slagen er niet in deze mensen toereikende huisvesting, werkgelegenheid en toegankelijke gezondheidszorg te geven.

"Mensen op de vlucht hebben meer nodig dan een dak boven hun hoofd. De overheid moet ook zorgen voor jobs, toegang tot gezondheidszorg en sociale voorzieningen. De ontheemden moeten bovendien betrokken worden in de overheidsbeslissingen die hen aanbelangen. Ze moeten zelf over hun toekomst kunnen beslissen," zegt Karen Moeskops, directeur van Amnesty International in Vlaanderen.

Al jaren op de vlucht

Ongeveer zes procent van de Georgische bevolking (zo’n 246.000 mensen) is op de vlucht in eigen land. 220.000 van hen sloegen op de vlucht tijdens de conflicten die het land teisterden begin jaren ’90. Nog eens 128.000 mensen ontvluchtten Zuid-Ossetië en de Kodori Kloof in Abchazië tijdens de Georgisch-Russische oorlog, nu precies twee jaar geleden.

De meeste ontheemden zijn ondertussen naar huis teruggekeerd. Bijna 26.000 mensen kunnen echter nog steeds niet terug en dat zal in de nabije toekomst ook niet veranderen.

"Ontheemden hebben het recht om terug te keren naar hun huis in menswaardige en veilige omstandigheden. Wanneer dit niet mogelijk is of wanneer mensen niet willen terugkeren, dan heeft de overheid de plicht hen te integreren of te hervestigen in andere delen van het land."

Georgische overheid faalt

In 2007 startte de Georgische regering met verschillende projecten rond duurzame hervestiging van de vele ontheemden. De overheid kreeg daarvoor financiële steun van de internationale gemeenschap. Ruim drie jaar later leven heel wat van de mensen die hun huis ontvluchtten, nog steeds in ziekenhuizen en legerbarakken.

Het leven van de ontheemden is erg hard. De hygiënische omstandigheden in de tijdelijke woonplaatsen zijn ondermaats en er is geen sprake van enige privacy. Bovendien is de werkloosheidsgraad erg hoog. Heel wat ontheemden kampen met een slechte gezondheid, een gevolg van de barre woonomstandigheden en armoede. Het gebrek aan informatie en de kosten voor medische verzorging maken het nog moeilijker om de nodige zorgen te krijgen.

Sommige van de nieuwe woonplaatsen die de overheid voorziet, liggen dan weer in erg landelijke gebieden waar het aan basisinfrastructuur ontbreekt.

Mensen die bij familie verblijven of die zelf tijdelijk een appartement huren, hebben nog nooit overheidshulp gekregen. Bovendien werden de ontheemden zelden geconsulteerd over de maatregelen die een directe impact hebben op hun leven.

Nood aan duurzame oplossing

"Al deze mensen lijden nog steeds onder de gevolgen van de oorlog. Ze hebben nood aan een duurzame oplossing en wel snel. Zo kunnen ze eindelijk de draad van hun leven terug opnemen," aldus Karen Moeskops.

"De Georgische overheid heeft weliswaar al enkele belangrijke stappen gezet, maar de oplossingen op het vlak van huisvesting moeten hand in hand gaan met maatregelen op gebied van gezondheidszorg en tewerkstelling. Enkel zo kunnen de tienduizenden burgers die momenteel in een onzekere situatie leven, volledig integreren," zegt Karen Moeskops.

Iza, een ontheemde vrouw die in een collectief centrum in Kutaisi woont, vertelde aan Amnesty International: "Zeventien jaar geleden, toen de oorlog uitbrak, studeerde ik talen aan de staatsuniversiteit. Ik maakte die studies nooit af. Vandaag zit mijn zoon op de middelbare school, maar ik kan zijn universitaire studies niet betalen. Mijn toekomst kan ik nooit opnieuw opbouwen. De kans op een nieuwe job is klein. Maar de overheid kan toch tenminste mijn kinderen meer kansen geven?"

Meer informatie

Verwante berichten en acties: 

klik hier en beluister Chimes of freedom