Midden-Oosten en Noord-Afrika: einde van opstanden en repressie nog niet in zicht

Midden-Oosten en Noord-Afrika: einde van opstanden en repressie nog niet in zicht

Protest in Egypte © AP Photo / Nasser Nasser

De kans is bijzonder groot dat de bevolking in het Midden-Oosten en Noord-Afrika ook in 2012 onderdrukt zal worden. Daar kan alleen verandering in komen als de betrokken regeringen en internationale grootmachten eindelijk fundamentele hervormingen doorvoeren.

In het rapport Year of Rebellion: State of Human Rights in the Middle East and North Africa beschrijft Amnesty hoe in 2011 de overheden in de regio buitensporig geweld gebruikten om hun regime in het zadel te houden. Amnesty merkt echter op dat de dappere protestbewegingen zich niet laten ontmoedigen en geen genoegdoening nemen met oppervlakkige hervormingen.

“Op enkele uitzonderingen na, lijken overheden nog steeds niet te beseffen dat alles aan het veranderen is. De protestbewegingen in de regio blijken verbazend veerkrachtig en bereid tot het uiterste te gaan voor diepgaande veranderingen en gerechtigheid”, zegt Lore Van Welden, woordvoerster van Amnesty International Vlaanderen.

De val van Ben Ali in Tunesië, van Moebarak in Egypte en van Kadhafi in Libië veroorzaakte een golf van optimisme in de regio. Amnesty waarschuwt echter dat essentiële institutionele hervormingen nog moeten doorgevoerd worden zodat de misbruiken van deze regimes zich niet meer kunnen herhalen.

Regio betaalt hoge tol

De huidige Egyptische machthebbers, de Opperste Militaire Raad, beloofde meermaals om de eisen van de demonstranten in te willigen. Amnesty stelt echter vast dat de mensenrechtensituatie in Egypte vandaag in sommige opzichten slechter is dan onder Moebarak. Het leger en de veiligheidsdiensten blijven protesten gewelddadig onderdrukken. Tussen oktober en december 2011 vielen daarbij minstens 84 doden. Er wordt nog steeds gefolterd in detentiecentra en het afgelopen jaar werden meer burgers berecht voor een militaire rechtbank dan de afgelopen 30 jaar onder Moebarak. In december viel de overheid binnen bij verschillende ngo's. Kritiek op de nieuwe overheid wordt niet getolereerd.

De opstand in Tunesië bracht heel wat beterschap op vlak van mensenrechten: gewetensgevangenen werden vrijgelaten; ngo's en politieke partijen kunnen zich vrij registreren; en het land ondertekende en ratificeerde enkele belangrijke internationale mensenrechtenverdragen. Straffeloosheid blijft echter een ernstig probleem. Mensen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen tijdens de revolutie of onder Ben Ali worden niet gestraft en blijven vaak op post.

In Libië stelt zich de vraag of de nieuwe autoriteiten de verschillende gewapende groepen de baas kunnen die geholpen hebben om Kadhafi te verdrijven. De Nationale Overgangsraad roept wel op om geen wraakacties te plegen tegen vermeende Kadhafi-aanhangers, maar ze laat na om dergelijk aanvallen systematisch te veroordelen en bestraffen. In november liet de VN weten dat ongeveer 7.000 mensen gevangen gehouden worden door revolutionaire gardes in geïmproviseerde detentiecentra.

Het leger en de inlichtingendiensten in Syrië zijn verantwoordelijk voor misdaden tegen de mensheid. Moord, willekeurige arrestaties, verdwijningen en foltering zijn er dagelijkse kost. Vorig jaar stierven meer dan 200 Syriërs in gevangenschap, dat is 40 maal het jaarlijks gemiddelde in Syrië.

Ook de burgers van Jemen hebben in 2011 een hoge tol betaald voor hun strijd voor vrijheid en meer respect voor mensenrechten. Meer dan 200 mensen kwamen om tijdens de protesten. Vele onder hen werden gedood door scherpschutters terwijl ze vreedzaam aan het betogen waren. Nog eens honderden mensen kwamen om tijdens gewapende confrontaties. Tienduizenden sloegen op de vlucht voor het geweld met een humanitaire crisis tot gevolg.

In Bahrein stierven vorig jaar minstens 47 mensen in het kader van de protesten. Meer dan 2.500 mensen werden gearresteerd, waarvan de meeste een oneerlijk proces kregen voor speciale militaire rechtbanken.

Internationale grootmachten en organisaties laten steek vallen

De reactie van de internationale grootmachten en regionale organisaties zoals de Afrikaanse Unie, de Arabische Liga en de EU liet te wensen over. Er was geen consequente en doortastende aanpak. Economische, politieke en andere belangen primeerden boven mensenrechten.

Reeds na enkele weken verwees de VN-Veiligheidsraad de situatie in Libië door naar het Internationaal Strafhof en was een militaire interventie mogelijk. De Veiligheidsraad ondernam daarentegen bitter weinig actie tegen de afslachting van het Syrische volk en geen enkele actie tegen de onderdrukking in Bahrein.

De Westerse staten, waarvan de meeste wapens leveren aan de Golfstaten, hielden zich gedeisd toen Saudische tanks Bahrein binnenreden om te helpen de prodemocratische beweging te onderdrukken.

De VN en de EU waagden zich niet aan een discussie over sancties tegen Bahrein, Saudi-Arabië en Jemen, maar sanctioneerden Libië overvloedig en uiteindelijk, in het geval van de EU, ook gedeeltelijk Syrië.

“De reactie van de wereld op de Arabische Lente was erg uiteenlopend. De veranderingen die het afgelopen jaar in de regio gerealiseerd zijn, zijn in grote mate te danken aan de onvermoeibare inzet van de lokale bevolking en niet aan de inspanningen van de internationale gemeenschap – enkele uitzonderingen niet meegerekend”, besluit Lore Van Welden.

“De gewone mensen in de regio lijken niet bereid hun strijd voor een waardig leven en gerechtigheid op te geven. De moed van deze mensen geeft ons hoop voor 2012.”

Meer informatie