Rwanda: oppositieleidster moet eerlijk proces krijgen
De Rwandese overheid moet ervoor zorgen dat oppositieleidster Victoire Ingabire een snel en eerlijk proces krijgt. Ingabire is aangeklaagd voor genocidaire ideologie en collaboratie met een terroristische groepering.
Amnesty vreest dat de werkelijke reden voor de beschuldiging de legitieme beoefening van haar recht op vrijheid van meningsuiting is.
Victoire Ingabire is voorzitster van de Forces Démocratiques Unifiées (FDU-Inkingi) en wil opkomen bij de presidentsverkiezingen van augustus 2010. Op 21 april werd ze gearresteerd na de dag voordien gedagvaard te zijn door de Criminal Investigations Departement in Kigali, de hoofdstad van Rwanda. Dit was haar zesde dagvaarding van dit jaar.
"Amnesty International heeft de laatste maanden meermaals intimidatie van oppositieleden vastgesteld", zegt Erwin van der Borght, Afrika programmadirecteur van Amnesty International. "We eisen dat de overheid aantoont dat de arrestatie van een presidentskandidaat, enkele maanden voor de verkiezingen, niet weer zo een geval van intimidatie is."
Ingabire wordt beschuldigd van genocidaire ideologie en het minimaliseren van de genocide van 1994. Verder zou ze ook verdeeldheid zaaien en collaboreren met een terroristische groepering, de Forces Démocratiques de Liberation du Rwanda (FDLR). Op 21 april verscheen ze voor de rechter en pleitte onschuldig over de hele lijn.
Op 22 april besliste het hof dat Ingabire kon vrijgelaten worden op voorwaarde dat ze Kigali niet verlaat zolang de procedure loopt. Vanwege politionele onderzoeken die lopende waren tegen Ingabire, heeft de Rwandese overheid in maart 2010 al eens verhinderd dat ze naar Europa zou afreizen.
De aanklachten wegens genocidaire ideologie en het zaaien van verdeeldheid zijn gebasseerd op de toespraken die Ingabire hield bij haar aankomst in Rwanda in januari 2010. Voordien had ze 16 jaar in ballingschap geleefd in Nederland.
"De bewijslast ligt nu bij de aanklager. Deze moet aantonen dat er geloofwaardig, degelijk bewijs is om de aanklachten tegen Ingabire te staven", zegt Erwin van der Borght. "De aanklager zal moeten aantonen dat wat ze gezegd heeft, neerkomt op het prediken van haat en dat ze niet gestraft wordt vanwege haar politieke dissidentie."




