Syrië: resultaat FSA onderzoek naar moorden moet naar onderzoekscommissie

Syrië: resultaat FSA onderzoek naar moorden moet naar onderzoekscommissie

Syrische gewapende groepen worden beschuldigd van onwettig doden

Het Vrije Syrische Leger (FSA) moet de vermoedelijke moord op 14 leden van een regeringsgezinde clan ten gronde onderzoeken en de bevindingen aan de VN-onderzoekscommissie overmaken.

In een video op diverse sociale netwerken werden recent de lichamen van enkele leden van de soennitische al-Berri clan getoond. Ze waren doodgeschoten nadat ze door strijders uit een gebouw van de clan verdreven waren in de Bab al-Nairab wijk in de stad Aleppo. De video werd vermoedelijk gemaakt door de al-Tawhid Brigade van het FSA. Naar verluidt werd ook het hoofd van de clan, Ali Zein al-'Abdeen Berri (bekend als Zayno Berri), gedood.

Volgens lokale mensenrechtenactivisten werden de clanleden terplekke gedood, sommigen van hen door opknoping, maar dit was niet te zien in de video. Eerder vonden zware gevechten plaats tussen beide partijen.

Onderzoek gestart

In een televisie-interview op 1 augustus veroordeelde Fahad Al-Masri, hoofd voor Centrale Media bij de FSA, de moorden. Hij voegde eraan toe dat het FSA een onderzoek naar het incident heeft geopend en dat de verantwoordelijken rekenschap zullen moeten afleggen.

Dit onderzoek door het FSA moet worden uitgevoerd op een onpartijdige, onafhankelijke en grondige manier, en de resultaten moeten worden overgedragen aan de VN-onderzoekscommissie voor Syrië, aldus Amnesty International.

"Het doden van gevangenen is een ernstige schending van het internationaal humanitair recht en een oorlogsmisdaad. De FSA leiders moeten onmiddellijk een einde maken aan dergelijke schendingen", zegt Philip Luther, directeur van Amnesty International voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

De VN-onderzoekscommissie moet op dergelijke incidenten toezien, ze documenteren en erover rapporteren aan de Mensenrechtenraad. Dit vormt een belangrijk instrument voor mogelijke vervolging wanneer en indien de situatie in Syrië wordt verwezen naar het Internationaal Strafhof (ICC).

Regeringstroepen daders bij ander incident?

Amnesty International heeft ook een aantal recente video's op sociale media bekeken. Die tonen de lichamen van 15 mannen die schijnbaar zijn doodgeschoten. De mannen waren geboeid en ten minste drie van hen waren ook geblinddoekt. De meeste lijken werden gevonden in de buurt van de Air Force Intelligence eenheid in de buurt van de al-Zahraa'-gemeenschap in Aleppo.

De wijze waarop de lichamen werden gevonden, suggereert dat de mannen eerst gevangengenomen waren en later gedood. De identiteit van de slachtoffers en daders is nog niet vastgesteld, maar het feit dat ze werden gevonden in door de regering gecontroleerde gebieden suggereert dat ze kunnen zijn gedood door regeringstroepen.

"Het is al maanden duidelijk dat op grote schaal misdaden volgens het internationaal recht worden gepleegd. Bij doorverwijzing van de situatie in Syrië naar het Internationaal Strafhof zal voor alle partijen duidelijk worden dat wie oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid begaat, of daartoe opdracht geeft, wordt berecht", aldus Philip Luther.

"We veroordelen deze moorden en doen opnieuw een beroep op de leiders van alle partijen in Syrië om aan hun ondergeschikten duidelijk te maken dat dergelijke misbruiken niet worden getolereerd."

Achtergrond

Toen in maart 2011 de protesten in Syrië uitbraken, trad de regering onmiddellijk hardhandig op. Reeds een maand later concludeerde Amnesty International dat hierbij misdaden tegen de menselijkheid werden begaan.

In de loop van meer dan 16 maanden van protest en onrust heeft de situatie zich ontwikkeld tot een nationaal gewapend conflict. De overgrote meerderheid van de misdaden wordt nog steeds gepleegd door de Syrische veiligheidstroepen, maar ook een aantal leden van oppositiegroepen, waaronder de FSA, maken zich in toenemende mate schuldig aan ernstige schendingen, waaronder oorlogsmisdaden, met name in de provincie Aleppo.

De leden van gewapende oppositiegroepen zijn verantwoordelijk voor de standrechtelijke executies van een aantal gevangen leden van de veiligheidstroepen en shabiha milities, maar ook voor het vermoorden en ontvoeren van burgers, foltering en andere vormen van mishandeling, het inzetten van kinderen in de vijandelijkheden en het roekeloze gebruik en opslag van wapens.

In een gewapend conflict zijn alle partijen, inclusief gewapende oppositiegroepen, wettelijk gebonden door de regels van het internationaal humanitair recht. Ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht zijn oorlogsmisdaden.

Amnesty International heeft daarom herhaaldelijk de VN-Veiligheidsraad opgeroepen om de verslechterende veiligheidssituatie door te verwijzen naar het Internationaal Strafhof (ICC) en benadrukt dat de misdrijven onderworpen zijn aan universele rechtsspraak.

"Rusland moet ophouden met het blokkeren van beslissende actie van de VN-Veiligheidsraad om het lijden in Syrië te beëindigen", aldus Philip Luther. "Het belangrijkste is dat Rusland de overdracht van de situatie in Syrië aan het ICC ondersteunt."

hier niet op duwen