Tunesië, een jaar later: bevolking wacht nog steeds op hervormingen
Een jaar geleden eisten demonstranten in Tunesië uitgebreide hervormingen. De interim-regering is hier nog steeds niet in geslaagd, aldus Amnesty International.
Een jaar nadat de voormalige president Zine al Abidine Ben Ali het land ontvluchtte, hebben de autoriteiten een aantal positieve eerste stappen gezet. De belangrijkste mensenrechtenverdragen zijn ondertekend en er is meer vrijheid voor media en mensenrechtenorganisaties.
Maar nog steeds worden veiligheidstroepen amper ter verantwoording geroepen, nog steeds wachten slachtoffers van mensenrechtenschendingen op gerechtigheid.
"Er zijn een aantal bemoedigende signalen van de interim-regering wat betreft hervormingen en respect voor de mensenrechten", zegt Hassiba Hadj Sahraoui, adjunct-directeur van Amnesty International voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika. "Maar voor veel Tunesiërs gaat het allemaal te traag. Zolang er geen nieuwe grondwet is die de fundamentele rechten erkent, misbruiken aanklaagt en van Tunesië een echte rechtsstaat maakt, blijft het nog de vraag of de politieke wil er is voor een echte hervorming."
Dringende problemen
Een drastische reorganisatie van de veiligheidsdiensten is voor de overheid een dringende prioriteit in 2012. In maart 2011 werd het gevreesde Departement voor Staatsveiligheid, dat verantwoordelijk was voor de wantoestanden onder Ben Ali, ontmanteld. De vrees bestaat echter dat de leden eenvoudigweg zijn geïntegreerd in andere veiligheidsdiensten en dat lijken nog altijd ondoorzichtige en onaantastbare organisaties.
Wachten op gerechtigheid
Amnesty International heeft na het aftreden van Ben Ali melding gemaakt van incidenten waarbij protesten en sit-ins hardhandig uit elkaar gedreven werden en demonstranten inelkaar geslagen. De Tunesische overheid moet daarom duidelijke instructies geven voor het gebruik van geweld en een onafhankelijke instantie instellen die toezicht houdt op de veiligheidstroepen.
Terwijl Ben Ali en zijn gezinsleden in juni werden berecht voor de corruptie en andere aanklachten, moesten de Tunesiërs wachten tot november voordat Ben Ali samen met ongeveer 40 andere hoge ambtenaren, werd berecht, ditmaal voor het doden van demonstranten. Telkens gebeurde de veroordeling van Ben Ali en sommige anderen bij verstek. Ben Ali verblijft meestal in Saoedi-Arabië en vraag om uitlevering blijft zonder resultaat.
Volgens officiële cijfers zijn tijdens de opstand in december 2010 en januari 2011 minstens 300 mensen omgekomen en 700 gewond geraakt. Er is nog steeds geen onderzoekscommissie naar schendingen tijdens de protesten, en slechts weinig daders zijn vervolgd. Amnesty International zei ook dat de overheid niet adequaat heeft gereageerd op de eis om gerechtigheid voor schendingen, zowel tijdens de opstand als in de onderdrukking van de afgelopen 23 jaar.
Sommige hoge veiligheidsofficieren die beschuldigd werden van misbruiken, weigerden in eerste instantie simpelweg te worden ondervraagd, en hoewel burgerrechtbanken begonnen zijn met het onderzoek van een aantal gevallen, bleken sommige rechters niet bereid of in staat een volledig en onafhankelijk onderzoek in te stellen. De families van dode of gewonde slachtoffers vertelden Amnesty International dat veel van de vermeende daders nog steeds op vrije voeten zijn en dat sommige zelfs promotie hebben gekregen.
"Als het de regering oprecht menens is om de mensenrechten te beschermen en om van Tunesië een rechtsstaat te maken, kunnen ze de waarheid niet naast zich neerleggen. Ze moet zorgen dat gerechtigheid geschiedt voor de gewonden en de families van de gedode demonstranten. De daders moeten ter verantwoording geroepen worden", zegt Hassiba Hadj-Sahraoui.
Positieve stappen
Amnesty International verwelkomde de beslissing van de Tunesische autoriteiten om in 2011 een aantal belangrijke internationale mensenrechtenverdragen te ondertekenen. Tunesië is in het afgelopen jaar toegetreden tot het Internationaal Strafhof en heeft zijn voorbehoud ingetrokken bij het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen.
Een andere positieve ontwikkeling was de vrijlating van politieke gevangenen en gewetensgevangenen van voor de opstand. Er kwam een einde aan de systematische intimidatie van voormalige politieke gevangenen door veiligheidstroepen. Een regeling voor een uitgebreide schadeloosstelling en rehabilitatie is echter nog niet ingevoerd.
Na de opstand konden mensenrechtenorganisaties elkaar voor het eerst vrij ontmoeten. De Tunesische Liga voor de Mensenrechten hield in september voor het eerst in tien jaar haar jaarlijks congres, een evenement bijgewoond door de interim-premier.
Nieuwe grondwet
Na de verkiezingen in oktober werd de nieuwe coalitieregering gevormd. Moncef Marzouki, een mensenrechtenactivist en voormalig gewetensgevangene, is interim-president van het land.
In een bijeenkomst met de Tunesische burgermaatschappij ondertekende Moncef Marzouki Amnesty International's Manifesto for Change, en verbond zich hiermee tot 10 belangijke maatregelen om de mensenrechten te waarborgen. Een nieuwe grondwet is dé manier om de mensenrechten in te bedden in de instellingen van het land. Dit nieuwe document moet de beginselen van non-discriminatie en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht verankeren.
"De Nationale Grondwetgevende Vergadering heeft nu de grote verantwoordelijkheid om te breken met de wantoestanden uit het verleden en ervoor te zorgen dat de mensenrechten worden vastgelegd in de grondwet", zegt Hassiba Hadj Sahraoui. "Zij moet nu de kans grijpen een grondwet op te stellen die de mensenrechten beschermt en gelijkheid wettelijk garandeert. De Tunesiërs zullen niet tevreden zijn met hier en daar wat hervormingen. De overheid zal moeten bewijzen dat ze economische en sociale rechten kan waarborgen, met alle uitdagingen vandien."










