Tunesië één jaar later: geen gerechtigheid voor de slachtoffers van de opstand

Tunesië één jaar later: geen gerechtigheid voor de slachtoffers van de opstand

demonstratie, georganiseerd door Amnesty International Tunesië, voor het gebouw

Een jaar geleden stak een jonge Tunesische straatverkoper zichzelf in brand. Dit gaf aanleiding tot een volksopstand, die erin slaagde het regime omver te werpen. Maar veel Tunesiërs zeggen dat hun eis om gerechtigheid nog moet worden vervuld.

Het nieuwe regime moet ervoor zorgen dat aan de noden van de slachtoffers wordt voldaan. Zij hebben recht op de waarheid, op gerechtigheid en op schadevergoeding. Dit regime heeft nu de kans om te bewijzen hoe belangrijk mensenrechten voor hen zijn, en hoe sterk de wil om te breken met een erfenis van mensenrechtenschendingen.

De wanhoopsdaad van Mohamed Bouazizi's op 17 december 2010 heeft geleid tot een golf van protesten in Tunesië en de Arabische wereld. Luid klonk de eis om vrijheid, einde van de corruptie en betere levensomstandigheden. Dit leidde tot de ondergang van een sinds mensenheugenis autocratisch en repressief regime - gevolgd door de val van de regimes in Egypte en Libië.

In Tunesië zijn meer dan 234 mensen gedood toen veiligheidstroepen brutaal de protesten de kop indrukten, totdat president Zine el Abidine Ben Ali op 14 januari 2011 het land ontvluchtte. Naar verluidt werden ook nog 74 gevangenen gedood bij incidenten die verband hielden met de opstand.

Interim-regeringen hebben te weinig gedaan

Maar veel Tunesiërs zeggen dat de interim-regeringen nalieten te reageren op hun oproep tot gerechtigheid voor de doden en gewonden en onvoldoende gedaan hebben om de levensomstandigheden te verbeteren. Ze doen nu beroep op de nieuwe democratisch gekozen regering om onverwijld concrete maatregelen te nemen en werk te maken van hun grieven..

De families van de slachtoffers, doden en gewonden, vertelden Amnesty International dat veel van de daders nog vrij zijn en dat sommigen zelfs gepromoveerd zijn naar hogere functies. Terwijl de interim-regering in maart aankondigde dat het beruchte repressieve 'Directoraat van de Staatsveiligheid' was opgeheven, zijn er aanwijzingen dat de leden alleen maar geïntegreerd zijn in andere veiligheidsdiensten.

Aanvankelijk weigerden sommigen van de beschuldigde hoge veiligheidsofficieren simpelweg te worden ondervraagd. En hoewel burgerrechtbanken begonnen waren met het onderzoek van een aantal gevallen, waren rechters soms niet bereid of niet in staat een volledig en onafhankelijk onderzoek in te stellen.

Onderzoek naar de gebeurtenissen van december 2010 - januari 2011 werd afgelopen zomer overgedragen aan de militaire rechtbanken. Amnesty International waarschuwt Tunesië dat het verplicht is de internationale standaarden voor een eerlijk proces te respecteren, ook voor militaire rechtbanken.

De Commissie die in februari is opgericht om misdaden tijdens de opstand te onderzoeken, moet elf maanden later nog steeds de eerste resultaten van haar onderzoek openbaar maken. Veel slachtoffers zeggen dat ze nooit werden gecontacteerd door de Commissie, onder hen een aantal die hun medische gegevens via de post verstuurd hadden.

Protesten gaan verder

In november, na protesten en hongerstakingen van gewonde demonstranten die gerechtigheid en schadevergoeding eisten, vaardigde de regering een decreet uit dat voorzag in de betaling van financiële en medische compensatie voor de gewonden en de families van overleden slachtoffers.

Maar de families van de slachtoffers zeggen dat dit niet genoeg is. De moeder van Rashad al-Arabi, die verlamd is door een schot in de borst tijdens een protest in Ben Arous, zegt dat het hen niet de waarheid of gerechtigheid brengt. Ze beschrijft het decreet als "woorden op papier om ons te sussen, niets meer."

Amnesty International zei dat de nieuwe Tunesische regering alles moet doen om de slachtoffers van de opstand gerechtigheid te geven, waarop ze al zolang wachten en die ze verdienen. De verantwoordelijken voor de verschrikkelijke misdaden moeten worden berecht, ongeacht hun rang.

De Tunesiërs vinden ook dat de economische en sociale eisen van de opstand worden genegeerd. Protesten worden verdergezet in Tunis en andere steden, waaronder Gafsa en Kasserine. Er zijn ook verscheidene meldingen van marteling en mishandeling door ambtenaren, een vertrouwde praktijk onder Zine El Abidine Ben Ali. Mensen in Kasserine vertelden Amnesty International dat ze door de lokale politie hardhandig zijn aangepakt. Twee mannen die in maart zijn gearresteerd toen ze tijdens een protest een politiekantoor in brand staken, zeiden dat ze herhaaldelijk geslagen werden om hen te dwingen belastende verklaringen te tekenen.


Klik hier en steun ons

hier niet op duwen