Verkiezingen Rwanda: aanvallen oppositie en journalisten veroordeeld
Met de presidentsverkiezingen in aantocht zijn politici en journalisten in Rwanda steeds vaker het doelwit van geweld. Amnesty International roept de regering van huidig president Paul Kagame op te zorgen voor een rustig en veilig klimaat zodat alle Rwandese burgers in alle vrijheid hun stem kunnen uitbrengen.
Komende maandag 9 augustus zijn het presidentsverkiezingen in Rwanda. Geen van de drie belangrijkste oppositiepartijen in het land zal het echter kunnen opnemen tegen de regerende partij RPF (Rwandan Patriotic Front) van president Paul Kagame.
Zowel de Democratische Groene Partij als het FDU-Inkingi werden verhinderd zich te registreren. De PS-Imberakuri, die daar wel in slaagde, kan niet meedoen omdat haar partijvoorzitter, Bernard Ntaganda, op 24 juni werd gearresteerd. Ntaganda wordt beschuldigd van genocidaire ideologie en het zaaien van verdeeldheid. Deze beschuldigingen, gebaseerd op vage wetgeving die het prediken van haat moet tegengaan, worden in de praktijk al te vaak gebruikt om dissidente stemmen het zwijgen op te leggen.
Ook oppositieleidster Victoire Ingabire van de FDU werd beschuldigd van genocidaire ideologie en het zaaien van verdeeldheid. Ze zou bovendien de genocide van 1994 minimaliseren en collaboreren met een "terroristische groepering", de Forces Démocratiques de Liberation du Rwanda (FDLR). Op 21 april verscheen ze voor de rechter en pleitte onschuldig over de hele lijn. In mei liet de openbare aanklager weten dat het onderzoek wel eens een jaar in beslag zou kunnen nemen, wat een proces vóór de verkiezingen uitsluit.
Van tegenwerking naar moord
Naarmate de verkiezingsdatum nadert, is ook het klimaat van repressie verhevigd. Eind juni en midden juli werden een journalist en een politiek opposant vermoord, beiden critici van de regerende partij RPF (Rwandan Patriotic Front).
"De afgelopen maanden hebben moorden, arrestaties en sluiting van kranten en tv-zenders het klimaat van angst versterkt," zegt Karen Moeskops, directeur van Amnesty International in Vlaanderen. "De Rwandese regering moet er voor zorgen dat de moorden snel, grondig en onpartijdig worden onderzocht en moet de opgeschorte media terug in alle vrijheid haar werk laten doen."
Op 14 juli werd André Kagwa Rwisereka, ondervoorzitter van de Democratische Groene Partij, dood terug gevonden in Butare in het zuiden van Rwanda. Amnesty International is in het bezit van foto’s waarop zijn onthoofde lichaam te zien is. Rwisereka, die van het RPF overstapte naar de Democratische Groene Partij, had in de weken voor zijn dood laten weten te vrezen voor zijn veiligheid. Ook andere leden van de Groene Partij hebben verklaard bedreigd te zijn.
Het onderzoek naar de moord op Rwisereka’s is lopende, maar volgens de openbare aanklager is er onvoldoende bewijs om het tot een proces te laten komen.
"Zolang er geen onafhankelijk onderzoek is dat de waarheid over de moord op Rwisereka aan het licht brengt, zullen de Rwandezen zijn dood linken aan zijn politieke activiteiten," zegt Karen Moekops. "Dit zal de Rwandese bevolking angst aanjagen om uit te komen voor hun mening."
Jean-Leonard Rugambage, een journalist bij de krant Umuvugizi, werd op 24 juni voor zijn huis in Kigali neergeschoten. Rugambage had een moordpoging op voormalige generaal Kayumba Nyamwasa onderzocht. Op dezelfde dag dat Rugambage vermoord werd, was in de krant een artikel verschenen waarin de journalist agenten van de Rwandese veiligheidsdienst in verband bracht met schietpartij gericht op de voormalige generaal.
Twee verdachten voor de moord op Rugambage werden opgepakt en wachten nu op hun proces.
Kritische stemmen gesmoord
Ook de Rwandese media die kritisch staat tegenover het huidige regime, is efficiënt het zwijgen opgelegd in de aanloop naar de verkiezingen. Eind juli verbood de High Media Council (HMC), een regulerend orgaan nauw verbonden met het regerende RPF, 30 kranten, dagbladen en andere media onder het mom dat ze de mediawet van 2009 niet naleefden. Deze wet legt de persvrijheid strek aan banden.
In juli werd Agnes Nkusi Uwimana, redacteur bij de krant Urubayo, gearresteerd en beschuldigd van genocidaire ideologie. Twee andere redacteurs ontvluchtten Rwanda nadat hun kranten werden opgeschort en zij zelf werden bedreigd.
De Verenigde Naties, de Europese Unie, de Verenigde Staten, Frankrijk en Spanje hebben reeds publiek hun bezorgdheid geuit over de verslechterende mensenrechtensituatie in Rwanda vlak voor de verkiezingen. Amnesty International roept andere landen, waaronder België, op om eveneens hun bezorgdheid te uiten.
"Geen enkel land mag als een stille getuige aan de kant blijven staan bij dit pre-electoraal geweld," stelt Karen Moeskops. "Nú publiekelijk mensenrechtenschendingen veroordelen is de beste manier om ervoor te zorgen dat de volgende Rwandese regering wel respect zal tonen voor mensenrechten."









