Vaak gestelde vragen over het wapenhandelsverdrag

Vaak gestelde vragen over het wapenhandelsverdrag

Het internationaal Wapenhandelsverdrag (WHV) of Arms Trade Treaty (ATT) behoeft wel een woordje uitleg. Een overzicht van enkel vaak gestelde vragen en hun antwoorden.

Wat is het doel van het Wapenhandelsverdrag?

De willekeurige verspreiding van wapens houdt gewelddadige conflicten in stand, verhindert duurzame ontwikkeling en draagt bij tot ontelbare schendingen van de mensenrechten.

Ondanks groeiende internationale bezorgdheid over de rampzalige gevolgen van onverantwoorde wapentransfers, blijven er wapens geleverd worden in gebieden waar ze onnoemelijk menselijk leed veroorzaken. Het doel van het verdrag is mensen meer veiligheid te bieden door te voorkomen dat dit soort wapenstransfers plaatsvindt. Het wil een bindend internationaal verdrag zijn om de wapenhandel te controleren volgens de gevestigde principes van mensenrechten, humanitair recht, duurzame ontwikkeling en vreedzame internationale betrekkingen. Sommige staten hebben zich er in Artikel 26 van het V.N. Charter al toe verbonden zulk een verdrag te zullen sluiten.

Waarom is dit zo belangrijk?

Het Wapenhandelsverdrag zal veronderstellen dat regeringen verantwoord met wapenhandel omgaan.

De meeste landen die wapens uitvoeren hebben al richtlijnen om internationale wapentransfers te controleren, maar deze zijn al te vaak onvoldoende. Vele landen nemen niet eens de eerste minimale stappen om de wapenhandel te controleren. Anderen blijven prioriteit geven aan winst op de lucratieve wapenmarkt, veeleer dan aan respect voor de mensenrechten en de veiligheid van mensen. Weer anderen laten weinig scrupuleuze wapenhandelaars vrij handelen van op hun grondgebied. De vreselijke gevolgen van deze praktijken worden door miljoenen mensen over heel de wereld aan den lijve ondervonden.

Het Wapenhandelsverdrag wil de minimale stappen vastleggen die regeringen moeten nemen om de wapenhandel te controleren. Deze stappen hebben tot doel de bevoorrading van wapens te voorkomen daar waar ze gebruikt zullen worden om de menselijke veiligheid te ondermijnen.

Het Wapenhandelsverdrag zal vereisen dat regeringen verantwoord met wapenhandel omgaan.

Het Wapenhandelsverdrag helpt te voorkomen dat regeringen en de wapenindustrie onverantwoorde uitvoer verdedigen met het argument: "als wij het niet verkopen, zal iemand anders het doen."

De markt voor wapenuitvoer wordt steeds maar competitiever. Daarom aarzelen landen om strenge unilaterale regels op te leggen, uit vrees dat potentiële kopers elders zullen gaan aankloppen. Het Wapenhandelsverdrag legt een kern van gemeenschappelijke minimale standaarden vast, wat ervoor zal zorgen dat een onverantwoorde wapentransactie die afgewezen wordt door één leverancier niet langer zal aangenomen worden door een andere.

Het Wapenhandelsverdrag zal wapenhandelspraktijken in overeenstemming brengen met de verplichtingen van staten onder het bestaande internationaal recht. De internationale gemeenschap heeft een reeks bindende verdragen gesloten in verband met mensenrechten, internationaal humanitair recht, en vreedzaam samenleven. Deze verdragen bevatten een aantal belangrijke beperkingen op de vrijheid van staten om wapens te verhandelen. Het Wapenhandelsverdrag wil deze beperkingen codificeren en ze toepassen op de wapenhandel op een heldere en samenhangende manier. Het zal een onschatbare bijdrage aan het internationaal recht in deze materie leveren, en een sterk kader voor een verdere ontwikkeling van de wet.

Eenvoudig gezegd zal het Wapenhandelsverdrag verzekeren dat wapenuitvoerders alle internationale regels respecteren die mensen tegen geweld moeten beschermen.

Hoe is dit verdrag ontstaan?

In 1997 begon een groep Nobelprijswinnaars, onder leiding van Dr. Oscar Arias uit Costa Rica, een campagne voor een meer verantwoorde wapenhandel. Steunend op het bestaande internationaal recht, riepen zij alle staten op een restrictieve Gedragscode voor wapentransacties te volgen. Deze Gedragscode was gebaseerd op de volgende principes:

  • Respect voor de mensenrechten en internationaal humanitair recht.
  • Engagement om regionale vrede, veiligheid en stabiliteit te promoten.
  • Navolgen van internationale wapenembargo's, militaire sancties en maatregelen voor een grotere transparantie.
  • Verzet tegen terrorisme.
  • Promotie van duurzame ontwikkeling.

Van in het begin konden de Laureaten rekenen op de steun van een internationale groep van NGO's die het initiatief nationaal, regionaal en internationaal promootten. Eind 2000 werd een samenwerking aangegaan met juristen van het Lauterpach Research Centre for International Law aan de Cambridge University om de principes die waren goedgekeurd door de Laureaten om te zetten in een Wapenhandelsverdrag.

Wat is dit Wapenhandelsverdrag?

Het Wapenhandelsverdrag wordt voorgesteld als een wettelijk bindend verdrag dat de basisprincipes en mechanismen voor internationale wapentransfers vastlegt.

Zoals elk ander verdrag wordt het Wapenhandelsverdrag van kracht en is het dus een bindend internationaal instrument eens het getekend en geratificeerd is door het vereiste aantal landen.

Wat wil het verdrag doen?

Het verdrag zal van staten vereisen dat ze doeltreffende nationale mechanismen aannemen en implementeren voor de expliciete goedkeuring van internationale wapentransfers.

Het Verdrag vereist dat staten wapentransfers niet goedkeuren indien ze in strijd zijn met VN of andere wapenembargo's, of indien de wapens in kwestie inherent willekeurige slachtoffers zouden maken.

Het Verdrag vereist dat staten wapentransfers niet goedkeuren indien zij gebruikt kunnen worden om de internationaal vastgelegde normen van de mensenrechten, het humanitaire recht en non-agressie te schenden.

Het Verdrag vereist dat uitvoerende landen rekening houden met het effect van een voorgestelde wapentransfer op duurzame ontwikkeling, politieke stabiliteit of het plegen van gewelddadige misdaden.

Tenslotte zal het Verdrag een instrument zijn waarmee enkele complexe, technische aspecten van de wapenhandel zoals brokering, productielicenties en de certificering van eindgebruik op een gemeenschappelijke manier kunnen aangepakt worden door de internationale gemeenschap.

Waarom een wapenhandelsverdrag?

Het Wapenhandelsverdrag is bindend.
Het vastleggen van internationale verklaringen, richtlijnen of andere vrijwillige maatregelen zijn belangrijke successen in de strijd tegen een onverantwoorde wapenhandel en het is waardevol hiervoor te ijveren. De ervaring heeft ons echter geleerd dat ze op lange termijn niet dezelfde morele of normgevende kracht hebben als juridische instrumenten. Ze verplichten staten bijvoorbeeld niet om hun nationale wetgeving aan te passen. Daarom moeten zulke maatregelen gezien worden als stappen in een langer proces, een proces dat uiteindelijk leidt tot een bindende internationale overeenkomst.

Het Wapenhandelsverdrag is internationaal.
Sommige landen en regio's hebben zeer bemoedigende stappen ondernomen om de wapenhandel te controleren en de levering van wapens aan personen die ze misbruiken te voorkomen. Deze stappen zijn uiterst belangrijk en lovenswaardig. Omwille van de internationale aard van de wapenhandel, kunnen wapens die op één route worden tegengehouden echter vrij langs een andere weg geleverd worden. Daarom is het van cruciaal belang dat deze initiatieven geruggensteund worden door de ontwikkeling van internationale instrumenten. Zo kan immers verzekerd worden dat de regels opgelegd door één staat of regio niet ondermijnd worden door een andere staat of regio.

Het wapenhandelsverdrag is alomvattend.
Hoewel de internationale gemeenschap het dringend eens moet worden over een reeks gemeenschappelijke basisprincipes om de wapenhandel te controleren en te reguleren, zijn er bepaalde gerelateerde kwesties die complexer en controversieel blijven. Daarom is het Wapenhandelsverdrag opgevat als een kaderverdrag. Een kaderverdrag laat toe stap voor stap naar een bindende overeenkomst toe te werken. Eerst bepaalt het de belangrijkste kernverboden sterk verankerd in bestaande verbintenissen onder het internationaal recht en welke instanties nodig zijn om deze verboden te implementeren. Eens aanvaard, kan het verdrag uitgebreid worden met protocollen die onderhandeld zijn op een latere datum en die meer gedetailleerde technische aspecten behandelen. In die zin kan het Wapenhandelsverdrag gezien worden als een kerstboom: het voorziet een basis waaraan verdere protocollen  vastgehaakt kunnen worden.