Jaarrapport 2009: voorwoord Irene Khan

Jaarrapport 2009: voorwoord Irene Khan

Irene Khan, secretaris-generaal van Amnesty in Chiu-Chiu, Chili
Overbevolking in het opvangcentrum van Pamandzi in Mayotte

Achter de economische crisis schuilt een mensenrechtencrisis

In september 2008 was ik in New York voor de VN-vergadering over de Millenniumdoelen, de doelstellingen die internationaal zijn overeengekomen om vóór 2015 de armoede terug te dringen. De ene na de andere afgevaardigde sprak over de behoefte aan meer geld om een einde te maken aan honger, om het aantal vermijdbare sterfgevallen onder kinderen en zwangere vrouwen te verminderen, om voor schoon water en sanitaire voorzieningen te zorgen, om meisjes onderwijs te bieden. Het leven en de waardigheid van miljarden mensen stonden op het spel, maar er bleek weinig bereidheid om alle woorden financiële kracht bij te zetten. Toen ik het VN-gebouw verliet, zag ik hoe in een ander deel van Manhattan een heel ander verhaal van de persen rolde: het omvallen van een van de grootste beleggingsbanken op Wall Street. Het was veelzeggend en toonde waar de aandacht en middelen in de wereld echt op zijn gericht. Rijke en machtige regeringen waren ineens in staat een veelvoud vrij te maken van de bedragen die ze niet konden opbrengen om armoede te bestrijden. Ze pompten enorme hoeveelheden geld in falende banken en in stimuleringsplannen voor economieën die ze jarenlang hun gang hadden laten gaan en die nu strandden.

Aan het einde van 2008 was duidelijk dat onze dubbele wereld van ontbering en gulzigheid – de verpaupering van velen om de hebberigheid van een paar mensen te bevredigen – op het punt stond in een diep gat te storten.

Wat voor klimaatverandering geldt, geldt ook voor de wereldwijde economische recessie: de rijken zijn grotendeels verantwoordelijk voor de schade, maar het zijn de armen die de ergste gevolgen moeten dragen. Hoewel niemand aan de harde greep van de recessie ontkomt, stellen de problemen van de rijke landen niets voor vergeleken bij de rampen die zich in armere landen ontvouwen. Van migrantenarbeiders in China tot mijnwerkers in Katanga in de Democratische Republiek Congo (DRC) hebben mensen die wanhopig aan de armoede proberen te ontsnappen het zeer zwaar te verduren. De Wereldbank heeft voorspeld dat dit jaar 53 miljoen mensen extra tot armoede zullen vervallen, bovenop de 150 miljoen die vorig jaar door de voedselcrisis werden getroffen. Hierdoor wordt de winst van de afgelopen tien jaar teniet gedaan. Volgens cijfers van de Internationale Arbeidsorganisatie zouden tussen de 18 en 51 miljoen mensen hun baan kunnen verliezen. Sterk stijgende voedselprijzen leiden tot meer honger en ziekte; gedwongen huisuitzettingen en executies van hypotheken leiden tot meer daklozen en meer armoede.

Hoewel het nog te vroeg is om alle gevolgen van de roekeloosheid van de afgelopen jaren op de mensenrechten te voorspellen, is het duidelijk dat die gevolgen groot zullen zijn. Het is ook duidelijk dat regeringen niet alleen de verantwoordelijkheid voor economische en financiële regulering op de vrije markt hebben afgeschoven, maar dat ze bovendien hopeloos tekortgeschoten zijn in het beschermen van mensenrechten, levens en middelen van bestaan.

Miljarden mensen zijn het slachtoffer van onveiligheid, onrecht en vernedering. Dit is een mensenrechtencrisis.

De crisis gaat over een tekort aan voedsel, werk, schoon water, land en huisvesting. Maar de crisis gaat óók over groeiende ongelijkheid en onveiligheid, vreemdelingenhaat en racisme, geweld en onderdrukking. Deze combinatie leidt tot een wereldwijde crisis waarvoor wereldwijde oplossingen nodig zijn op basis van internationale samenwerking, mensenrechten en rechtsorde. Helaas richten machtige regeringen zich intern op de financiële en economische gevolgen in hun eigen land en hebben ze geen oog voor de bredere, mondiale crisis. En als ze al internationale actie overwegen, dan beperken ze die tot de financiële en economische sfeer. En zo maken ze dezelfde fouten als in het verleden.

De wereld heeft een ander soort leiderschap nodig, een ander soort politiek en een ander soort economie – iets waar iedereen van profiteert, en niet alleen een paar bevoorrechten. We hebben het soort leiderschap nodig dat landen helpt hun bekrompen, nationale eigenbelang om te zetten in multilaterale samenwerking, zodat de oplossingen veelomvattend, ruim en duurzaam zijn en de mensenrechten respecteren. Overeenkomsten tussen regeringen en bedrijven gebaseerd op verwachtingen van financiële verrijking ten koste van de meest gemarginaliseerden, moeten worden ontbonden. Gemakzuchtige overeenkomsten die voorkomen dat regeringen die de mensenrechten schenden ter verantwoording worden geroepen, moeten verdwijnen.

De vele gezichten van ongelijkheid

Vele deskundigen wijzen erop dat miljoenen mensen zich dankzij de economische groei aan de armoede hebben ontworsteld. Maar in werkelijkheid zijn nog veel meer mensen achtergebleven. De opbrengsten zijn veel te kwetsbaar − zoals de recente economische crisis laat zien − en de kosten voor de mensenrechten te hoog. Terwijl de moloch van ongereguleerde globalisering de wereld in de afgelopen jaren tot een manische groei dreef, werden mensenrechten te vaak naar het tweede plan verwezen. De gevolgen zijn duidelijk: groeiende ongelijkheid, ontberingen, marginalisering en onveiligheid. Proteststemmen worden brutaal en ongestraft onderdrukt, en degenen die verantwoordelijk zijn voor de schendingen – regeringen, grote bedrijven en internationale financiële instellingen – tonen meestal geen berouw en worden niet ter verantwoording geroepen. Er zijn groeiende tekenen van politieke onrust en geweld, bovenop de reeds bestaande wereldwijde onveiligheid als gevolg van dodelijke conflicten die de internationale gemeenschap niet kan of wil oplossen. We zitten op een kruitvat van ongelijkheid, onrecht en onveiligheid dat elk moment kan ontploffen.

Ondanks de aanhoudende economische groei in veel delen van Afrika leven miljoenen Afrikanen nog steeds onder de armoedegrens en worstelen ze om in hun eerste levensbehoeften te voorzien. Latijns-Amerika is waarschijnlijk het gebied met de meeste ongelijkheid in de wereld: inheemse en andere gemarginaliseerde gemeenschappen in landelijke en stedelijke gebieden wordt, ondanks de indrukwekkende groei van hun nationale economieën, het recht op gezondheidszorg, schoon water, onderwijs en passende huisvesting ontzegd. India verrijst als een Aziatische grootmacht, maar heeft nog niets gedaan aan de ontberingen van de armen in de steden en de gemarginaliseerde gemeenschappen op het platteland. In China wordt de kloof tussen de levensstandaard van plattelands- en migrantenarbeiders enerzijds en de welvarende stedelijke klassen anderzijds alleen maar groter.

Het grootste deel van de wereldbevolking woont tegenwoordig in steden. Meer dan een miljard van hen woont in sloppenwijken. Met andere woorden: één op de drie stadsbewoners heeft geen passende huisvesting, weinig of geen basisvoorzieningen en leeft met de dagelijkse dreiging van onveiligheid, geweld en gedwongen huisuitzetting. Zestig procent van de bevolking van Nairobi, in Kenia, woont in sloppenwijken – één miljoen van hen woont in Kibera, de grootste sloppenwijk van Afrika. Om nog een voorbeeld te noemen: zo’n 150.000 Cambodjanen lopen het risico gedwongen uit hun huizen te worden gezet als gevolg van landgeschillen, inbeslagname van land en agro-industriële en stedelijke herontwikkelingsprojecten.

Ongelijkheid als bijverschijnsel van globalisering is niet beperkt gebleven tot de inwoners van ontwikkelingslanden. Uit het rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) uit oktober 2008 blijkt dat ook in geïndustrialiseerde landen ‘de rijken meer hebben geprofiteerd van de economische groei van de afgelopen decennia dan de armen’. De Verenigde Staten, het rijkste land ter wereld, stond van de dertig OESO-lidstaten op de 27ste plaats voor wat betreft diepgewortelde armoede en groeiende inkomensongelijkheid.

Of het nu gaat over de stedelijke armen in de favelas van Rio de Janeiro in Brazilië of over de Roma-gemeenschappen in Europese landen, de smerige waarheid is dat veel mensen arm zijn vanwege openlijk en bedekt beleid dat discriminatie, marginalisering en uitsluiting bevordert, uitgevoerd of toegestaan door de overheid, waarbij heimelijk wordt samengewerkt met zakelijke of particuliere instanties. Het is geen toeval dat veel van de armen in de wereld vrouwen, migranten of etnische of religieuze minderheden zijn. Het is ook geen toeval dat de sterfte onder kraamvrouwen tegenwoordig nog steeds één van de belangrijkste doodsoorzaken is, terwijl een minimale investering in verloskundige noodhulp de levens van honderdduizenden vrouwen in de vruchtbare leeftijd zou kunnen redden.

Een duidelijk voorbeeld van de heimelijke verstandhouding tussen bedrijven en overheden om mensen van hun land en natuurlijke hulpbronnen te beroven en tot armoede te drijven, is de kwestie van inheemse gemeenschappen. In Bolivia wonen veel inheemse Guarani-gezinnen in de regio Chaco in wat door de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens is omschreven als een vorm van lijfeigenschap die gelijkstaat aan slavernij. Na zijn bezoek aan Brazilië in augustus 2008 bekritiseerde de Speciale VN-Rapporteur inzake Inheemse Volken ‘de aanhoudende discriminatie [die] ten grondslag [ligt] aan het ontwikkelen van beleid, het beschikbaar maken van voorzieningen en de rechtspleging’ waar inheemse volken in dat land onder te lijden hebben.

Ongelijkheid breidt zich ook uit naar het rechtssysteem zelf. In een poging om de markteconomie te versterken en investeringen van buitenlandse bedrijven en particuliere instellingen te bevorderen, hebben internationale financiële instellingen in een aantal ontwikkelingslanden juridische hervormingen in de commerciële sector gefinancierd. Maar er waren geen vergelijkbare inspanningen om te zorgen dat armen voor hun rechten kunnen opkomen en schadeloosstelling kunnen krijgen via de rechtbank voor schendingen door regeringen of bedrijven. Volgens de VN-Commissie inzake de Wettelijke Versterking van de Armen heeft ongeveer tweederde van de wereldbevolking geen toegang van betekenis tot rechtspleging.

De vele vormen van onveiligheid

In een economische recessie komen verschillende factoren samen die het waarschijnlijk maken dat het aantal mensen dat in armoede leeft en slachtoffer is van mensenrechtenschendingen toeneemt. In de eerste plaats heeft het structurele aanpassingsbeleid, tot tien jaar geleden onder leiding van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank, de sociale veiligheidsnetten in ontwikkelings- en ontwikkelde landen verzwakt. Structurele Aanpassingsprogramma’s hadden tot doel om binnen landen voorwaarden te creëren ter ondersteuning van een markteconomie en nationale markten te openen voor de internationale handel. Deze voorwaarden leidden tot het bevorderen van een minimale overheid, waarbij regeringen hun verplichtingen met betrekking tot economische en sociale rechten ten gunste van de markt introkken. Naast het oproepen tot economische liberalisering zette het structurele aanpassingsbeleid ook aan tot privatisering van nutsbedrijven, deregulering van arbeidsrelaties en bezuiniging op sociale veiligheidsnetten. Door de Wereldbank en het IMF gestimuleerde gebruikersbijdragen in sectoren als onderwijs en gezondheidszorg hadden vaak tot gevolg dat deze voorzieningen onbereikbaar werden voor de allerarmsten. Nu de economie een puinhoop is en de werkloosheid stijgt, worden te veel mensen niet alleen met inkomensverlies geconfronteerd, maar ook met sociale onzekerheid zonder veiligheidsnetten om hen door moeilijke tijden te loodsen.

In de tweede plaats krijgt de wereldwijde voedselonzekerheid, ondanks de ernst van het probleem, onvoldoende aandacht van de internationale gemeenschap. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie lijden bijna een miljard mensen onder honger en ondervoeding. De honger is scherp toegenomen als gevolg van voedseltekorten door decennia van onderinvestering in de landbouw; door handelsbeleid dat het dumpen van voedsel en de consequente verwoesting van lokale landbouw bevordert; door klimaatveranderingen die tot steeds grotere watertekorten en verslechtering van land leiden, waardoor de bevolkingsdruk toeneemt; en door stijgende energiekosten en de grote vraag naar biobrandstoffen.

Op veel plaatsen is de voedselcrisis verergerd door discriminatie en politieke manipulatie van de voedseldistributie, belemmering van hoognodige humanitaire hulp, onveiligheid en gewapend conflict. De mogelijkheden voor landbouw zijn vernietigd, of anders hebben mensen geen toegang tot de middelen die ze nodig hebben om voedsel te produceren of te kopen. In Zimbabwe, waar eind 2008 vijf miljoen mensen behoefte hadden aan voedselhulp, gebruikte de regering voedsel als wapen tegen politieke tegenstanders. In Noord-Korea werd de voedselhulp opzettelijk door de autoriteiten beperkt om mensen te onderdrukken en honger te laten lijden. De middelen van bestaan en de levens van mensen in Darfur werden verwoest als gevolg van de tactiek van de ‘verschroeide aarde’ van de Sudanese strijdkrachten en door de regering gesteunde Janjawidmilities. Ontheemde burgers die verstrikt zijn geraakt in het conflict in het noorden van Sri Lanka hadden geen toegang tot voedsel en andere humanitaire hulp omdat de gewapende groepering Tamil Tijgers de mensen niet laat gaan en de Sri Lankaanse strijdkrachten hulporganisaties geen volledige toegang geven. Waarschijnlijk een van de meest schandelijke gevallen van ontzegging van het recht op voedsel in 2008 was de drie weken lange weigering van de Myanmarese autoriteiten om hoognodige internationale hulp toe te laten voor de 2,4 miljoen overlevenden van de cycloon Nargis, terwijl de regering haar eigen middelen liever inzette om propaganda te maken voor een ondeugdelijk referendum over een nog ondeugdelijker Grondwet.
Het tot stilstand komen van op export gebaseerde economieën en de opkomst van economisch protectionisme leiden tot het ontslag van honderdduizenden migranten- of buitenlandse arbeiders. Buitenlandse arbeiders sturen jaarlijks zo’n 150 miljard euro naar hun families – twee keer zoveel als het wereldwijde bedrag aan buitenlandse ontwikkelingshulp. Dit geld is een belangrijke bron van inkomsten voor veel landen met lage tot middelhoge inkomens zoals Bangladesh, de Filipijnen, Kenia en Mexico. Als er minder geld wordt overgemaakt, hebben deze regeringen minder inkomsten en kunnen dus minder besteden aan basisgoederen en -voorzieningen. Bovendien blijven in sommige landen als gevolg van de afnemende export van arbeid meer gedesillusioneerde, kwade jongemannen werkloos in hun dorpen achter, waar ze een makkelijke prooi zijn voor extremistische politiek en geweld.

Ondertussen blijft, zelfs terwijl de arbeidsmarkten inkrimpen, de druk om te migreren toenemen en nemen de ontvangende landen hun toevlucht tot almaar strengere methoden om mensen buiten hun grenzen te houden. In juni 2008 bezocht ik de openbare begraafplaats van Tenerife, een van de Canarische Eilanden, waar ongemarkeerde graven in stilte getuigen van de mislukte pogingen van Afrikaanse migranten om Spanje binnen te komen. Alleen al in 2008 maakten 67.000 mensen de gevaarlijke oversteek over de Middellandse Zee naar Europa, waarbij een onbekend aantal mensen om het leven kwam. Degenen die het overleefden, leiden een onduidelijk bestaan, zonder identiteitspapieren, kwetsbaar voor exploitatie en misbruik. Over hen hangt de constante dreiging van deportatie, voorafgegaan door langdurige detentie, als gevolg van de EU-richtlijn uit 2008 met betrekking tot de terugkeer van illegale vreemdelingen.

Sommige EU-lidstaten, zoals Spanje, hebben bilaterale overeenkomsten gesloten met Afrikaanse landen om migranten terug te sturen of te voorkomen dat ze het land überhaupt verlaten. Landen als Mauritanië zien deze overeenkomsten als een excuus om grote aantallen buitenlanders op hun grondgebied willekeurig te arresteren, in slechte omstandigheden te detineren en te deporteren zonder enige mogelijkheid tot wettelijk verhaal. Dit terwijl er geen bewijs is van hun intenties om het land te verlaten, en ondanks het feit dat het geen misdrijf is om Mauritanië langs illegale weg te verlaten.

Terwijl steeds meer mensen in steeds hachelijker omstandigheden worden gedwongen, nemen de sociale spanningen toe. Een van de ergste gevallen van racistisch en xenofobisch geweld in 2008 zagen we in mei in Zuid-Afrika, waar zestig mensen werden gedood, zeshonderd mensen gewond en tienduizenden ontheemd raakten, terwijl nog eens tienduizenden het land binnenkwamen, op de vlucht voor het politieke geweld en de ontberingen in buurland Zimbabwe. Hoewel een officieel onderzoek de oorzaak van de aanvallen niet wist vast te stellen, wordt algemeen aangenomen dat ze het gevolg waren van vreemdelingenhaat en de concurrentie op het gebied van werk, huisvesting en sociale voorzieningen, versterkt door corruptie.

Economisch herstel is afhankelijk van politieke stabiliteit. Maar dezelfde wereldleiders die zich haasten om stimuleringspakketten samen te stellen voor de revitalisering van de wereldeconomie, blijven de dodelijke conflicten negeren die over de hele wereld leiden tot massale mensenrechtenschendingen, verankering van armoede en bedreiging van de regionale stabiliteit.

De economische en sociale omstandigheden in Gaza, afgesloten door een blokkade en het doelwit van militaire aanvallen, zijn afschuwelijk. De politieke en economische gevolgen van het conflict in Israël en de Bezette Gebieden zijn ver buiten de directe omgeving voelbaar.

De conflicten in Darfur en Somalië worden uitgevochten in gebieden met kwetsbare ecosystemen, waar de toenemende moeilijkheid om de bevolking van water en voedsel te voorzien zowel oorzaak als gevolg is van de aanhoudende strijd. Door de massale ontheemding die hieruit voortvloeit, zijn de buurlanden enorm onder druk komen te staan en worden zij nu ook nog eens geconfronteerd met de extra gevolgen van de wereldwijde economische crisis.

In het oosten van de Democratische Republiek Congo versmelten hebzucht, corruptie en economische belangen met de regionale machtspolitiek, met als gevolg een verpauperde bevolking, gevangen in een voortdurende cyclus van geweld. Het land beschikt over een enorme hoeveelheid natuurlijke rijkdommen, maar pogingen tot wederopbouw en herstel hebben, in het kielzog van de economische crisis, te lijden onder een terugval in buitenlandse investeringen.

In Afghanistan heeft door de alomtegenwoordige onveiligheid de bevolking (vooral de vrouwen en meisjes) nauwelijks nog toegang tot voedsel, gezondheidszorg en onderwijs. De onveiligheid heeft zich verspreid tot over de grens met buurland Pakistan, dat al te lijden heeft onder het onvermogen van de regering om de mensenrechten te handhaven en de armoede en jeugdwerkloosheid aan te pakken, en dwingt het land in een neerwaartse spiraal van extremistisch geweld.

Als we één les kunnen trekken uit de financiële crisis dan is het dat internationale grenzen ons niet beschermen tegen onrecht. In het weer op de been helpen van de wereldeconomie, kan niet worden voorbijgegaan aan meer respect voor mensenrechten bij het vinden van oplossingen voor de ergste conflicten in de wereld en de toenemende dreiging van extremistisch geweld.

Van recessie naar repressie

Aan de ene kant worden we geconfronteerd met het ernstige gevaar dat groeiende armoede en wanhopige economische en sociale omstandigheden leiden tot politieke instabiliteit en massaal geweld. Aan de andere kant komen we mogelijk in een situatie terecht waarin de recessie gepaard gaat met nog meer onderdrukking, omdat in het nauw gedreven regeringen – vooral regeringen met autoritaire neigingen – hard ingrijpen om afwijkende meningen, kritiek en onthullingen van corruptie en economisch wanbeheer te onderdrukken.

In 2008 kregen we een voorproefje van wat we in 2009 en daarna weleens kunnen gaan verwachten. Toen mensen de straat op gingen om te protesteren tegen stijgende voedselprijzen en de abominabele economische omstandigheden, werden in veel landen zelfs vreedzame demonstraties hard aangepakt. In Tunesië werden stakingen en demonstraties met harde hand neergeslagen; hierbij vielen twee doden en veel gewonden. Meer dan tweehonderd vermeende organisatoren werden vervolgd en in sommige gevallen tot lange gevangenisstraffen veroordeeld. In Zimbabwe werden politieke tegenstanders, mensenrechtenverdedigers en vakbondsvertegenwoordigers ongestraft aangevallen, ontvoerd, gearresteerd en gedood. In Kameroen werden na gewelddadige demonstraties maar liefst honderd demonstranten doodgeschoten en nog veel meer demonstranten gevangengezet.

In tijden van economische druk en politieke spanningen is er behoefte aan openheid en tolerantie. Ongenoegen en ontevredenheid moeten kunnen worden omgezet in een constructieve, oplossingsgerichte dialoog. Maar dit zijn nu juist de omstandigheden waarin er in veel landen minder ruimte is voor de civil society. Mensenrechtenverdedigers, journalisten, advocaten, vakbondsvertegenwoordigers en andere maatschappelijk leiders worden in alle delen van de wereld lastiggevallen, bedreigd, aangevallen, zonder reden vervolgd of ongestraft gedood.

Censuur van de media zal waarschijnlijk toenemen doordat regeringen kritiek op hun beleid proberen te onderdrukken. Dit komt bovenop de bedreigingen waarvan journalisten in veel landen reeds het slachtoffer zijn. Sri Lanka is een van de landen met de slechtste reputatie: sinds 2006 zijn er veertien journalisten gedood. Iran heeft het gebruik van internet verder beperkt en in Egypte en Syrië werden bloggers gevangengezet. China versoepelde in de aanloop naar de Olympische Spelen in Beijing de controle op de media, maar verviel snel daarna weer in de oude gewoonte: websites werden geblokkeerd en er werden anderen vormen van censuur toegepast. De Maleisische regering verbood twee prominente kranten van de oppositie, uit angst voor kritiek in de aanloop naar de verkiezingen.

Vrije markten hebben niet per definitie geleid tot vrije maatschappijen. Aangemoedigd door haar economische macht als gevolg van de hoge olie- en gasprijzen nam de Russische regering de afgelopen jaren steeds vaker een nationalistische en autoritaire houding aan. Vrijheid van meningsuiting werd actief geprobeerd uit te hollen en critici werden aangevallen. Nu de Russische economie door de dalende olieprijzen en de stijgende inflatie in de problemen raakt en de sociale ontevredenheid toeneemt, zou dit wel eens tot nóg uitgesprokener autoritaire neigingen kunnen leiden.

China blijft mensen die kritiek hebben op het officiële beleid met harde hand onderdrukken. Het gevolg is dat overheidscorruptie en wanbeleid van bedrijven pas worden aangepakt als het schandaal niet langer binnenskamers kan worden gehouden en er al veel schade is aangericht. Voorbeelden zijn de paniek over SARS/vogelgriep, de hiv/aids-epidemie een aantal jaar geleden, en het recentere schandaal rond melamine in melkpoederproducten. De Chinese regering reageerde hierop door degenen die schuldig werden bevonden aan corruptie onder veel publiciteit te executeren, maar deed weinig of niets om het gedrag bij overheden of binnen bedrijven in China te veranderen.

Een goed geïnformeerde bevolking die in staat is verantwoording te eisen vormt een betere garantie dat regeringen en bedrijven hun werk goed doen. In een tijd waarin regeringen de economie proberen te stimuleren moet vrijheid worden aangemoedigd, niet onderdrukt.

Een nieuw soort leiderschap

Armoede wordt gekenmerkt door ontbering, ongelijkheid, onrecht, onveiligheid en onderdrukking. Dit zijn duidelijk mensenrechtenproblemen die niet alleen met economische maatregelen zijn op te lossen. Er is een sterke politieke wil voor nodig en een integrale reactie die politieke, economische, milieu- en sociale problemen samenvoegt binnen een overkoepelend kader van mensenrechten en rechtsorde. Er is collectieve actie voor nodig, en een nieuw soort leiderschap.

De economische globalisering heeft geleid tot een verschuiving in de geopolitieke macht.  In de vorm van de G-20 maakt een nieuwe generatie landen aanspraak op het wereldleiderschap. De G-20, bestaande uit China, India, Brazilië, Zuid-Afrika en andere opkomende economieën op het zuidelijk halfrond, en uit Rusland, de Verenigde Staten en vooraanstaande westerse economieën, beweert een betere vertegenwoordiging te zijn van de politieke macht en de economische invloed in de wereld van vandaag. Dat mag zo zijn, maar om een echte wereldleider te zijn moet de landen van de G-20 globale waarden onderschrijven en hun eigen bezoedelde reputatie en dubbele standaards met betrekking tot mensenrechten aanpakken.

De nieuwe Amerikaanse regering slaat, vergeleken met die van George W. Bush, voor wat betreft de mensenrechten duidelijk een nieuwe weg in. Het besluit van president Barack Obama, binnen 48 uur na zijn beëdiging, om het gevangenkamp in Guantánamo Bay binnen een jaar te sluiten, om marteling duidelijk af te keuren en om geheime detentie door de CIA te beëindigen, was prijzenswaardig. Hetzelfde geldt voor het besluit van de regering om de Verenigde Staten kandidaat te stellen voor de VN-Mensenrechtenraad. Het is echter nog te vroeg om te bepalen of de regering landen als Israël en China net zo openhartig en krachtig zal oproepen de mensenrechten te respecteren als ze doet tegenover landen als Iran en Sudan.

De Europese Unie heeft nog steeds een ambivalente betrokkenheid bij de mensenrechten. Hoewel de EU zich sterk opstelt over kwesties als de doodstraf, vrijheid van meningsuiting en de bescherming van mensenrechtenverdedigers, zijn veel EU-lidstaten minder bereid om internationale standaards na te leven als het gaat om de bescherming van vluchtelingen en het uitbannen van racisme en discriminatie binnen hun grenzen. Ook vinden ze het moeilijk om toe te geven dat ze heimelijk hebben samengewerkt met de CIA bij de illegale overdracht van terrorismeverdachten.

Brazilië en Mexico maken zich internationaal sterk voor de mensenrechten, maar verzuimen binnen hun eigen grenzen vaak de daad te voegen bij het woord dat ze buiten die grenzen prediken. Zuid-Afrika blokkeerde consistent internationale druk op de Zimbabwaanse regering om een einde te maken aan politieke vervolging en verkiezingsmanipulatie. In Saudi-Arabië worden duizenden vermeende terroristen zonder proces gedetineerd, politieke dissidenten opgesloten en de rechten van migrantenarbeiders en vrouwen ernstig beperkt. China beschikt over een zeer gebrekkig strafrechtsysteem, gebruikt vormen van administratieve detentie om critici de mond te snoeren en voert de meeste executies uit van alle landen ter wereld. De Russische regering staat toe dat willekeurige detentie, buitengerechtelijke executies, marteling en andere vormen van mishandeling ongestraft floreren in de gebieden van de Noordelijke Kaukasus in Rusland, en bedreigt degenen die het lef hebben hierop kritiek te leveren.

De regeringen van de G-20 hebben de verplichting om de internationale mensenrechtenstandaards te handhaven waaraan de internationale gemeenschap zich heeft verbonden. Anders ondermijnen ze zowel hun eigen geloofwaardigheid en legitimiteit, als hun effectiviteit. Het doel van de G-20 is een manier te vinden om de wereldwijde economische crisis op te lossen. De G-20 beweert bovendien dat mensen die in armoede leven van hun inspanningen zullen profiteren. Maar economisch herstel is niet duurzaam noch rechtvaardig als het niet ook sterk gericht is op de mensenrechten.

Van de wereldleiders die aan de hoofdtafel zitten moet het eigen gedrag als voorbeeld dienen. Het zou een goed begin zijn als de lidstaten van de G-20 een duidelijk signaal afgeven dat alle mensenrechten – economische, sociale en culturele rechten, politieke rechten en burgerrechten – even belangrijk zijn. De Verenigde Staten hebben lange tijd de geldigheid van economische en sociale rechten ontkend en maken geen deel uit van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten. China maakt geen deel uit van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. De twee landen zouden direct moeten toetreden tot de respectievelijke verdragen. Alle lidstaten van de G-20 zouden het Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten moeten ratificeren dat in december 2008 door de Algemene Vergadering van de VN is aangenomen. Het ondertekenen van internationale verdragen is echter slechts één stap die moet worden gezet.

Nieuwe kansen voor verandering

De wereldwijde armoede − verergerd door de economische situatie − heeft een dringend platform gecreëerd voor verandering op het gebied van mensenrechten. Tegelijkertijd heeft de economische crisis geleid tot een verschuiving in paradigma’s. Een verschuiving die mogelijkheden biedt voor alomvattende verandering.

In de afgelopen twintig jaar heeft de overheid zich, ten gunste van de markt, teruggetrokken uit, of niet gehouden aan, haar mensenrechtenverplichtingen omdat ze ervan overtuigd was dat alles en iedereen zou profiteren van economische groei. Nu de groei afneemt en steeds meer mensen in problemen raken, wijzigen regeringen hun standpunten radicaal. Ze spreken over een nieuwe wereldwijde financiële architectuur en een internationaal bestuurssysteem waarin de overheid een sterkere rol speelt. Dit biedt de mogelijkheid een halt toe te roepen aan de terugtrekking van de overheid uit de sociale sfeer. Het biedt de mogelijkheid een nieuw overheidsmodel te ontwikkelen dat gunstiger is voor de mensenrechten dan het model dat de internationale beleidsvorming de afgelopen twintig jaar heeft gekarakteriseerd. Het biedt de mogelijkheid om de rol van internationale financiële instellingen radicaal te veranderen voor wat betreft het respecteren, beschermen en doorvoeren van mensenrechten, inclusief economische en sociale rechten.

Regeringen moeten net zo doelbewust in mensenrechten investeren als in economische groei. Ze moeten mogelijkheden op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs uitbreiden en steunen. Ze moeten een einde maken aan discriminatie en vrouwen helpen meer macht te krijgen. Ze moeten universele standaards en effectieve systemen ontwikkelen om bedrijven verantwoordelijk te stellen voor mensenrechtenschendingen. Ze moeten open maatschappijen opbouwen met een sterke sociale samenhang, waar de rechtsorde wordt gerespecteerd, waar corruptie wordt uitgebannen en waar regeringen ter verantwoording kunnen worden geroepen. De economische crisis mag voor rijkere landen geen excuus worden om te bezuinigen op ontwikkelingshulp. In de huidige economische crisis is internationale hulp nóg belangrijker, om een aantal van de armste landen te helpen basisvoorzieningen te bieden op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, sanitaire voorzieningen en huisvesting.

Regeringen moeten ook samenwerken om dodelijke conflicten op te lossen. Gezien de onderlinge relaties is het negeren van de ene crisis om aandacht te besteden aan de andere, dé manier om beide crises te verergeren.

Zullen regeringen deze mogelijkheden om de mensenrechten te versterken aangrijpen? Zullen bedrijven en internationale financiële instellingen hun verantwoordelijkheden op het gebied van mensenrechten accepteren en waarmaken? Tot nog toe speelden mensenrechten nauwelijks een rol in de diagnoses of de maatregelen die door de internationale gemeenschap werden voorgesteld.
 
De geschiedenis leert dat een strijd voor ingrijpende verandering – zoals de afschaffing van de slavernij of de emancipatie van de vrouw – meestal niet op initiatief van de regering begint, maar het gevolg is van de inspanningen van gewone mensen. De successen op het gebied van het opzetten van internationale rechtspraak, het beheersen van de wapenhandel, het afschaffen van de doodstraf, het bestrijden van geweld tegen vrouwen of het op de internationale agenda zetten van wereldwijde armoede en klimaatverandering zijn vooral te danken aan de energie, creativiteit en volharding van miljoenen activisten over de hele wereld.

We moeten ons nu richten op de macht van burgers om druk uit te oefenen op onze politiek leiders. Daarom lanceert Amnesty International in 2009 een nieuwe campagne, samen met veel lokale, nationale en internationale partners. We zullen mensen mobiliseren om nationale en internationale actoren aansprakelijk te stellen voor mensenrechtenschendingen die armoede veroorzaken of verergeren. We gaan discriminerende wetten, beleid en praktijken aanvechten. We gaan concrete maatregelen eisen om de factoren die mensen arm maken en houden, te overwinnen. We zullen de stemmen van mensen die leven in armoede centraal stellen in de discussie over bestrijding ervan. We zullen erop aandringen dat zij de mogelijkheid krijgen actief bij te dragen aan beslissingen die van invloed zijn op hun leven.

Amnesty International is bijna vijftig jaar geleden opgericht om de vrijlating van gewetensgevangenen te eisen. Nu eisen we ook waardigheid voor degenen die gevangenzitten in armoede, zodat ze hun eigen leven kunnen veranderen. Ik weet zeker dat we zullen slagen, dankzij de hulp en steun van onze miljoenen leden, donateurs en partners over de hele wereld.

Links naar andere pagina's op de site :